Vanavond lezen we een belangrijk gedeelte, zeker voor de mannen : we hebben het aan Paulus te danken dat de mannen niet meer besneden hoeven worden…

Voor het goed begrijpen van de brief aan de Galaten zijn er drie groepen belangrijk:

  • joden, besneden, maar ze verwerpen Jezus als Christus/Messias,
  • christelijke joden, besneden, ze belijden Jezus als Christus/Messias,
  • Galaten, christelijke heidenen, niet besneden, ze belijden Jezus als Christus.

Voor de christelijke jood Paulus, besneden, is het geen probleem dat Galaten, christelijke heidenen, niet besneden zijn. Maar andere christelijke joden zijn bij de Galaten gekomen en hebben aangedrongen om zich te laten besnijden met als doel inlijving bij het joodse volk.

Het gevaar dreigt dat de Galaten op korte termijn toe geven en zich laten besnijden. Door eventuele besnijdenis dreigen de Galaten onbewust de blijde boodschap van genade en vrijheid te verliezen.

Voor Paulus is dit de aanleiding om zijn waarschuwende en bezorgde brief te schrijven: de christelijke vrijheid loopt gevaar in Galatië.

Maar waarom moeten de Galaten overtuigd worden zich te laten besnijden?

Dat is heel praktisch: uit de brief valt op te maken dat christelijke joden een probleem hebben waarin ze de Galaten betrekken.

Maar welk probleem van christelijke joden buiten Galatië kan door besnijdenis van christelijke heidenen in Galatië worden opgelost? Wanneer christelijke joden teveel contact hebben met onbesneden christelijke heidenen, beschouwen hun niet-christelijke volksgenoten dit als verraad met als resultaat bedreiging en vervolging. Zoals Paulus die vroeger zelf christelijke joden bedreigde en vervolgde. Voor christelijke joden zou het een uitkomst zijn wanneer Galaten zich zouden laten besnijden. Er was dan geen of in elk geval minder gevaar van vervolging. 

Voor ons is het misschien vreemd als de Galaten op zo’n pijnlijk voorstel zouden ingaan. Maar laten we niet vergeten dat de Galaten nog geen identiteit, geschiedenis en traditie hadden, vergeleken bij het oude volk van Abraham. Ze blijken betrekkelijk makkelijk over te halen zich te laten besnijden om jood te worden.

In feite gaat het in Galatië om compromisvoorstel om het lijden van christelijke joden te minimaliseren. Dit pragmatisme is echter zeer bedreigend voor christelijke vrijheid!

We lezen Galaten 1 : 6 – 2 : 10 (NBV)

We zijn op een vergadering in Jeruzalem beland. Misschien klinkt het nog saai, maar wat we zojuist gelezen hebben is explosief. Er staat heel veel op het spel, en niet alleen besnijdenis, het is een vergadering met enorme consequenties. Voor ons allemaal, tot op de dag van vandaag. Op die dag, tijdens die vergadering heeft God ons allemaal beschermd : u, jou en mij. Laat het me uitleggen…

Paulus is naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas en Titus, twee betrouwbare medewerkers van zijn zendingsteam. God heeft hem in een openbaring opgedragen te gaan. Maar Paulus wilde zelf ook. Paulus wil namelijk weten of hij niet voor niets aan het werk is. De vurige ex-vervolger, nu apostel, is niet onzeker over zijn eigen boodschap, maar onzeker over de effectiviteit. Heeft het allemaal nog wel zin, als de andere apostelen zijn boodschap niet zouden onderschrijven en ze de dwaalleraars niet zouden afwijzen? De dwaalleraars vertelden de jonge christenen dat Paulus een evangelie verkondigde waaraan iets ontbrak, dat minder volledig was dan het oorspronkelijke evangelie van de apostelen uit Jeruzalem. Paulus stelde het allemaal veels te gemakkelijk voor. Alsof door alleen maar te geloven je rechtvaardig voor God zou zijn… Nee, daar hoorde ook nog bij dat je ging leven als jood. En in Jeruzalem hebben ze blijkbaar om de lieve vrede wil, uit angst voor vervolging door de joden, zich hier niet tegen verzet. Als joden hebben ze zich laten verleiden om deze jood-vriendelijke boodschap te accepteren als evangelie. Een kleine aanpassing met grote gevolgen…zoals bij die beschimmelde broodjes…

Maar hebben ze in Jeruzalem wel door wat hun gedogen/pragmatisme voor uitwerking heeft in zijn missionaire werk onder heidenen?

Ik vertelde al, er zijn 3 groepen: joden, christelijke joden, christelijke heidenen.

Binnen die tweede groep, christelijke joden, zijn er 2 groepen:

  • Paulus : Evangelie van geloof in Jezus Christus is bestemd voor mensen uit alle culturen.
  • Tegenstanders : niet alle joden zijn christen, maar alle christenen moeten wel joods worden.

Dat kan niet samen : op welke lijn zitten de apostelen, de joods-christelijke leiders in Jeruzalem?

Het Evangelie van Christus : is dat slechts een vernieuwingsbeweging binnen het jodendom of is het goed nieuws voor de hele wereld? De kerk van Christus als internationaal huisgezin van God?

De apostelen waren in Jeruzalem gebleven. Ze hadden niet over verdere consequenties nagedacht, waren niet geconfronteerd met praktische gevolgen van het evangelie voor alle volken, met bekeerlingen uit het heidendom. In Jeruzalem leefde angst voor het dreigende gevaar van vervolging door joden. Angst is een slechte raadgever : dan wordt je vaak pragmatisch, ga je dingen door de vingers zien…

Maar de praktische gevolgen van zo’n kleine vergissing, zouden enorm zijn geweest. Er zouden binnen het vroege christendom twee partijen vijandig tegenover elkaar hebben gestaan op dit fundamentele punt. Gemeenten uit de heidenen : redding door geloof alleen. Gemeenten uit de joden : redding door geloof én door joodse leefwijze.

Paulus is heel scherp : Er zijn valse broeders binnengeslopen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden, en zo ons misschien wel onbewust tot slavernij brengen.

De casus besnijdenis gaat om de waarheid van het Evangelie. Deze vergadering had ook tot kerkscheuring kunnen leiden. Want er staat heel veel op het spel…de eenheid van kerk.

Paulus speelt het spel heel slim, hij neemt Titus mee naar Jeruzalem: een heiden, niet besneden, maar belijdt Jezus als Christus. Niets geen theoretische discussie, maar met een concrete testcase:

moet deze christelijke heiden naast geloof zich ook besnijden? Is christelijke levensstijl, zichtbare buitenkant van ons geloof, voorwaarde voor aanvaarding of hebben we voldoende aan ons geloof in Jezus Christus, onzichtbare binnenkant ervan?

Titus wordt niet gedwongen zich nog te laten besnijden, daarom wij ook niet…

Christelijk geloof gaat over wie ik ben in Christus, niet om wat ik voor Hem doe. De christelijke boodschap is vrijheid, terwijl de boodschap ‘verdien-je-verlossing’ de mens tot slaaf maakt.

We bungelen niet aan die drie elastiekjes : wat je doet, wat je hebt, wat anderen over je zeggen

bepalen niet wie je bent. U, jij en ik : wij zijn Gods geliefde zonen en dochters, geliefd door God. Wij bungelen niet, maar wij worden gedragen, door God.

Maar… vrijheid en de kerk? De kerk lijkt vaak niet het bolwerk van vrijheid, lijkt vaak te gaan om regeltjes en sociaal wenselijke gedrag. Kerkmensen lijken het vaak ook lastig te vinden om goed om te gaan met vrijheid die er is als je in Jezus gelooft. Vanmorgen benoemde ik het verschil tussen gelovig/godsdienst en christen. Een christen, is niet alleen met verstand gelovig, maar ervaart persoonlijke relatie met God, laat aan anderen zien wie Jezus is, in wie jij bent, wat jij doet.

Godsdienstige/gelovige mensen kennen vaak geen vrijheid, schrijven vaak specifieke kleding- en gedragsvoorschriften voor. Sommigen vinden het namelijk fijn als alles duidelijk is, als ze weten wat er van ze verwacht wordt. En daarvoor bedenken ze graag regeltjes, die heel concreet zijn, uitvoerbaar en duidelijk, voor één uitleg. Als mensen dan opmerking maken: ik  toch doe gewoon wat er staat?! Niet zoiets vaags als: heb je naaste lief als jezelf. Want: wie is dan mijn naaste, hoe vaak moet ik vergeven, moet ik koosjer eten, besneden worden? Vertel me gewoon wat ik moet doen in plaats van dat ik zelf moet nadenken.

Als de dwaalleraars hadden gewonnen, zou je geen christen kunnen zijn zonder joodse manier van leven. Christenen zouden dan in elk plaats hun eigen getto’s vormen om hun manier van leven in stand te houden. Ze zouden dan zo druk bezig zijn geweest met uiterlijke dingen, dat er geen oog zou zijn voor innerlijke levenshouding. Dan wordt je slaaf, denk je in ‘goed’ en ‘fout’ gedrag. Wordt je veroordelend, intolerant, liefdeloos…

Anderen doen het heel anders, helemaal geen regels, denken dat het ónze vrijheid is, God daar niet meer bij nodig. 10 geboden niet meer van nut, gewoon doen wat in je opkomt, vrijheid : alles kan en mag, toch? Nergens in de Bijbel worden de gedragsregels van 10 geboden ongeldig verklaard. We zijn wel vrij van de wet, als middel om gered te worden. Maar we zijn niet vrij van de wet, om in dankbaarheid er naar te leven. We zijn niet God gehoorzaam omdat we bang en onzeker zijn over onze redding die we ermee hopen te verdienen. Maar we gehoorzamen God vanuit de vrijheid en zekerheid dat we weten dat we al gered zijn in Christus. We zijn gehoorzaam in dankbare vrijheid. Als jouw reden om Gods wet te gehoorzamen een andere is dan dankbaar zijn voor Gods genade, dan ben je een slaaf…

Het is nog best lastig om goed om te gaan met christelijke vrijheid,  toen en nu. Het is een wonder als onze goede omgang met vrijheid, weer zorgt voor een verandering van beeldvorming over ons als huisgezin van God. Het is een wonder als we allemaal heel persoonlijk het geheim van christelijke vrijheid mogen kennen en uitleven.

Van de vrijheid nog even terug naar de eenheid waar we mee begonnen. Valt het ons op dat de Bijbel (Jezus, apostelen) voortdurend de nadruk legt op de eenheid tussen christenen?

1.) Paulus’ statement in Jeruzalem is : eenheid betekent dat we iedereen accepteren die in Christus Jezus is.

“Een christen uit Nederland heeft veel meer gemeenschappelijk met een christen uit één of andere nomadenstam in Verweggistan, dan met zijn ongelovige buurman die in dezelfde auto rijdt en de kinderen naar dezelfde school doet…”

Met ongelovige mensen om ons heen deel je bijzaken, met een christen uit Verweggistan deel je het meest wezenlijke : het geloof in de zelfde God. Samen ben je kinderen van dezelfde Vader, gered door dezelfde Christus, leven door dezelfde Geest.

“Christelijke eenheid negeert cultureel onderscheid en heeft niets te maken met culturele overeenkomsten.”

Maar volgens mij gaat het daar vaak fout, wordt het daar spannend. Omdat we culturele overeenkomsten gaan zoeken. Handen bij de handen, voeten bij de voeten, … Daar christenen die verplichte volwassendoop toevoegen. Daar christenen die verplicht belijdenis-doen toevoegen. Daar christenen die vol op het orgel gaan, dat is pas serieus. Daar christenen die dansen met een band, dat is pas echt.

Veel kerken zeggen wel dat we door geloof alleen gered worden, maar alleen als je deze kenmerken vertoont, hiermee instemt, weten we zeker dat je echte christen bent. En als je niet aan onze regels voldoet, is het onmogelijk dat je een echte christen bent.

Goddank : niets kan ons scheiden van liefde van Jezus, geen besnijdenis, regels voor doop en belijdenis, muziekvoorkeur, … Daarom kan ook niets scheiding brengen tussen Gods geliefden. We mogen, kunnen niet anders dan iedereen te accepteren als broeder en zuster die zich door geloof in Jezus Christus kind van onze Vader weet.

2.) Eenheid is ook verschil in roeping accepteren, er waren apostelen van joden en apostelen van heidenen. We kunnen het evangelie aan passen aan verschillende mensen, zonder de essentie ervan kwijt te raken. Mijn woordkeuze, mijn voorbeelden, mijn vormen zijn anders dan die van collega’s of gemeenteleden. Dat is geen probleem : als de boodschap, de kern, maar hetzelfde blijft.

Het gevaar bestaat dat de boodschap wordt verandert.

Het evangelie wordt soms aangepast zodat het minder ‘aanstootgevend’ is. Het doopformulier is dan te ‘zwaar’, over zonde, oordeel. Maar als er met ons geen probleem is, dan hebben we Jezus niet nodig, dan kunnen/moeten we onszelf redden als goed mens door onze goede werken.

Anderen willen het evangelie juist helemaal niet aan passen. Vasthouden aan muziekstijl, organisatiestructuur, kerktaal. Jammer genoeg haken te veel mensen af omdat het evangelie dat wordt verkondigd voor hen nietszeggend is.

Zowel bij te veel als te weinig aanpassing raak je het evangelie van Gods genade kwijt. Als je tradities verheft tot normen waarover niet te onderhandelen valt, creëer je een wettisch systeem. Als je een echte christen bent, dan …Dus wetticisme (geen aanpassing) is net zo gevaarlijk als liberalisme ( te veel aanpassing).

De apostelen waren vastbesloten om de boodschap van het evangelie te behouden en ook de gedragsregels die daaruit voortvloeien. Maar ze waren ook bereid om de boodschap langs verschillende wegen te verkondigen, die vrijheid is er.

Verrassend, ook voor mij, is het derde kenmerk van eenheid. Het ondersteunen van de armen….

Petrus en Paulus hadden verschillende zendingsgebieden. Maar voor beiden gold de verplichting om voor de armen te zorgen. De apostelen in Jeruzalem wilden hieraan vasthouden, en dat is precies waarvoor Paulus zich heeft ingezet.

Maar waarom is zorgen voor de armen essentieel voor de christelijke eenheid?

1.) De gemeente in Jeruzalem was veel armer dan gemeenten die Paulus aan het stichten was in heidense gebieden, vaak welvarende havensteden. Zoals er met elkaar werd gedeeld in Jeruzalem, de plaatselijke kerk, ze hadden alles met elkaar gemeenschappelijk, zo moet ook alles met elkaar worden gedeeld in de wereldkerk, versterk de kerk in Kameroen.

2.) De zorg voor de armen is een rode draad in de Bijbel.

Het gevaar van materialisme waar de Bijbel voor waarschuwt, is nog steeds een groot gevaar en ernstige zonde.

De zorg voor de armen was zo belangrijk, dat er gelijk in het begin al bijzondere ambtsdragers voor worden aangesteld. Diakenen die de dienst van barmhartigheid van de kerk moeten coördineren. Dienst van barmhartigheid is essentieel en onmisbaar binnen de kerk. Net zo belangrijk als de dienst van het Woord en het pastoraat.

Eenheid tussen christenen, hoe belangrijk vinden we die? Als mensen het niet met ons eens zijn,

dan vertrekken zij of wij maar? Het gevaar is altijd aanwezig dat we vooral letten op wat ons scheidt van medegelovigen in plaats van wat ons bindt, ons gezamenlijke geloof in Jezus Christus als onze Heer en Heiland. Waarbij het andere gevaar ook kan ontstaan, de eenheid zozeer benadrukken dat het christen-zijn op het spel komt te staan, het Evangelie van Gods genade verbleekt

De enige reden dat Paulus niet bij anderen in één kerk wilde zitten, was omdat de anderen een ander evangelie verkondigden. De basis voor eenheid is overeenstemming over de kern van het evangelie. Dat je elkaar de broederhand kan geven. De broederhand is een teken van vriendschap, samenwerking, instemming over de kern van het Evangelie, met verschil in bijzaken. De broederhand is niet een vorm van beleefdheid. Geen broederhand betekent uitsluiting en afwijzing van valse leraars, gaat niet over bijzaken… Daarom geeft de ouderling van dienst de voorganger de hand. Niet dat je het altijd met elkaar eens bent over bijzaken, maar wel over de kern. Daarom geef ik u van harte de hand bij binnengaan en vertrek, we vormen een eenheid.

Gemeenschap met Christus is voldoende als basis voor gemeenschap met elkaar. We mogen nooit iemand buitensluiten die God heeft opgenomen in zijn gezin. We mogen nooit iemand binnenlaten,

die een kind van God niet ziet als broer of zus. Maar de gemeenschap met Christus is tegelijk ook de enige basis voor gemeenschap met elkaar. We mogen nooit de eenheid onderhouden ten koste van het evangelie.

Vrijheid en gemeenschap zijn twee sterke menselijke verlangens. Laten we in Christus die vrijheid genieten, door aanvaarding door God, ongeacht onze prestaties. En genieten van de eenheid die culturele en geografische grenzen negeert. Deze eenheid en vrijheid verkondigde Paulus. Scheuring en geestelijke slavernij waren zaken waarvoor Paulus helemaal naar Jeruzalem ging, waar hij geen moment voor gezwicht is. Laten wij ons voornemen dat ook nooit te doen…. Gods gunst/genade alleen maakt waarlijk vrij, God wil ons hart verblijden!

Vanavond lezen we een belangrijk gedeelte, zeker voor de mannen : we hebben het aan Paulus te danken dat de mannen niet meer besneden hoeven worden…

Voor het goed begrijpen van de brief aan de Galaten zijn er drie groepen belangrijk:

  • joden, besneden, maar ze verwerpen Jezus als Christus/Messias,
  • christelijke joden, besneden, ze belijden Jezus als Christus/Messias,
  • Galaten, christelijke heidenen, niet besneden, ze belijden Jezus als Christus.

Voor de christelijke jood Paulus, besneden, is het geen probleem dat Galaten, christelijke heidenen, niet besneden zijn. Maar andere christelijke joden zijn bij de Galaten gekomen en hebben aangedrongen om zich te laten besnijden met als doel inlijving bij het joodse volk.

Het gevaar dreigt dat de Galaten op korte termijn toe geven en zich laten besnijden. Door eventuele besnijdenis dreigen de Galaten onbewust de blijde boodschap van genade en vrijheid te verliezen.

Voor Paulus is dit de aanleiding om zijn waarschuwende en bezorgde brief te schrijven: de christelijke vrijheid loopt gevaar in Galatië.

Maar waarom moeten de Galaten overtuigd worden zich te laten besnijden?

Dat is heel praktisch: uit de brief valt op te maken dat christelijke joden een probleem hebben waarin ze de Galaten betrekken.

Maar welk probleem van christelijke joden buiten Galatië kan door besnijdenis van christelijke heidenen in Galatië worden opgelost? Wanneer christelijke joden teveel contact hebben met onbesneden christelijke heidenen, beschouwen hun niet-christelijke volksgenoten dit als verraad met als resultaat bedreiging en vervolging. Zoals Paulus die vroeger zelf christelijke joden bedreigde en vervolgde. Voor christelijke joden zou het een uitkomst zijn wanneer Galaten zich zouden laten besnijden. Er was dan geen of in elk geval minder gevaar van vervolging. 

Voor ons is het misschien vreemd als de Galaten op zo’n pijnlijk voorstel zouden ingaan. Maar laten we niet vergeten dat de Galaten nog geen identiteit, geschiedenis en traditie hadden, vergeleken bij het oude volk van Abraham. Ze blijken betrekkelijk makkelijk over te halen zich te laten besnijden om jood te worden.

In feite gaat het in Galatië om compromisvoorstel om het lijden van christelijke joden te minimaliseren. Dit pragmatisme is echter zeer bedreigend voor christelijke vrijheid!

We lezen Galaten 1 : 6 – 2 : 10 (NBV)

We zijn op een vergadering in Jeruzalem beland. Misschien klinkt het nog saai, maar wat we zojuist gelezen hebben is explosief. Er staat heel veel op het spel, en niet alleen besnijdenis, het is een vergadering met enorme consequenties. Voor ons allemaal, tot op de dag van vandaag. Op die dag, tijdens die vergadering heeft God ons allemaal beschermd : u, jou en mij. Laat het me uitleggen…

Paulus is naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas en Titus, twee betrouwbare medewerkers van zijn zendingsteam. God heeft hem in een openbaring opgedragen te gaan. Maar Paulus wilde zelf ook. Paulus wil namelijk weten of hij niet voor niets aan het werk is. De vurige ex-vervolger, nu apostel, is niet onzeker over zijn eigen boodschap, maar onzeker over de effectiviteit. Heeft het allemaal nog wel zin, als de andere apostelen zijn boodschap niet zouden onderschrijven en ze de dwaalleraars niet zouden afwijzen? De dwaalleraars vertelden de jonge christenen dat Paulus een evangelie verkondigde waaraan iets ontbrak, dat minder volledig was dan het oorspronkelijke evangelie van de apostelen uit Jeruzalem. Paulus stelde het allemaal veels te gemakkelijk voor. Alsof door alleen maar te geloven je rechtvaardig voor God zou zijn… Nee, daar hoorde ook nog bij dat je ging leven als jood. En in Jeruzalem hebben ze blijkbaar om de lieve vrede wil, uit angst voor vervolging door de joden, zich hier niet tegen verzet. Als joden hebben ze zich laten verleiden om deze jood-vriendelijke boodschap te accepteren als evangelie. Een kleine aanpassing met grote gevolgen…zoals bij die beschimmelde broodjes…

Maar hebben ze in Jeruzalem wel door wat hun gedogen/pragmatisme voor uitwerking heeft in zijn missionaire werk onder heidenen?

Ik vertelde al, er zijn 3 groepen: joden, christelijke joden, christelijke heidenen.

Binnen die tweede groep, christelijke joden, zijn er 2 groepen:

  • Paulus : Evangelie van geloof in Jezus Christus is bestemd voor mensen uit alle culturen.
  • Tegenstanders : niet alle joden zijn christen, maar alle christenen moeten wel joods worden.

Dat kan niet samen : op welke lijn zitten de apostelen, de joods-christelijke leiders in Jeruzalem?

Het Evangelie van Christus : is dat slechts een vernieuwingsbeweging binnen het jodendom of is het goed nieuws voor de hele wereld? De kerk van Christus als internationaal huisgezin van God?

De apostelen waren in Jeruzalem gebleven. Ze hadden niet over verdere consequenties nagedacht, waren niet geconfronteerd met praktische gevolgen van het evangelie voor alle volken, met bekeerlingen uit het heidendom. In Jeruzalem leefde angst voor het dreigende gevaar van vervolging door joden. Angst is een slechte raadgever : dan wordt je vaak pragmatisch, ga je dingen door de vingers zien…

Maar de praktische gevolgen van zo’n kleine vergissing, zouden enorm zijn geweest. Er zouden binnen het vroege christendom twee partijen vijandig tegenover elkaar hebben gestaan op dit fundamentele punt. Gemeenten uit de heidenen : redding door geloof alleen. Gemeenten uit de joden : redding door geloof én door joodse leefwijze.

Paulus is heel scherp : Er zijn valse broeders binnengeslopen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden, en zo ons misschien wel onbewust tot slavernij brengen.

De casus besnijdenis gaat om de waarheid van het Evangelie. Deze vergadering had ook tot kerkscheuring kunnen leiden. Want er staat heel veel op het spel…de eenheid van kerk.

Paulus speelt het spel heel slim, hij neemt Titus mee naar Jeruzalem: een heiden, niet besneden, maar belijdt Jezus als Christus. Niets geen theoretische discussie, maar met een concrete testcase:

moet deze christelijke heiden naast geloof zich ook besnijden? Is christelijke levensstijl, zichtbare buitenkant van ons geloof, voorwaarde voor aanvaarding of hebben we voldoende aan ons geloof in Jezus Christus, onzichtbare binnenkant ervan?

Titus wordt niet gedwongen zich nog te laten besnijden, daarom wij ook niet…

Christelijk geloof gaat over wie ik ben in Christus, niet om wat ik voor Hem doe. De christelijke boodschap is vrijheid, terwijl de boodschap ‘verdien-je-verlossing’ de mens tot slaaf maakt.

We bungelen niet aan die drie elastiekjes : wat je doet, wat je hebt, wat anderen over je zeggen

bepalen niet wie je bent. U, jij en ik : wij zijn Gods geliefde zonen en dochters, geliefd door God. Wij bungelen niet, maar wij worden gedragen, door God.

Maar… vrijheid en de kerk? De kerk lijkt vaak niet het bolwerk van vrijheid, lijkt vaak te gaan om regeltjes en sociaal wenselijke gedrag. Kerkmensen lijken het vaak ook lastig te vinden om goed om te gaan met vrijheid die er is als je in Jezus gelooft. Vanmorgen benoemde ik het verschil tussen gelovig/godsdienst en christen. Een christen, is niet alleen met verstand gelovig, maar ervaart persoonlijke relatie met God, laat aan anderen zien wie Jezus is, in wie jij bent, wat jij doet.

Godsdienstige/gelovige mensen kennen vaak geen vrijheid, schrijven vaak specifieke kleding- en gedragsvoorschriften voor. Sommigen vinden het namelijk fijn als alles duidelijk is, als ze weten wat er van ze verwacht wordt. En daarvoor bedenken ze graag regeltjes, die heel concreet zijn, uitvoerbaar en duidelijk, voor één uitleg. Als mensen dan opmerking maken: ik  toch doe gewoon wat er staat?! Niet zoiets vaags als: heb je naaste lief als jezelf. Want: wie is dan mijn naaste, hoe vaak moet ik vergeven, moet ik koosjer eten, besneden worden? Vertel me gewoon wat ik moet doen in plaats van dat ik zelf moet nadenken.

Als de dwaalleraars hadden gewonnen, zou je geen christen kunnen zijn zonder joodse manier van leven. Christenen zouden dan in elk plaats hun eigen getto’s vormen om hun manier van leven in stand te houden. Ze zouden dan zo druk bezig zijn geweest met uiterlijke dingen, dat er geen oog zou zijn voor innerlijke levenshouding. Dan wordt je slaaf, denk je in ‘goed’ en ‘fout’ gedrag. Wordt je veroordelend, intolerant, liefdeloos…

Anderen doen het heel anders, helemaal geen regels, denken dat het ónze vrijheid is, God daar niet meer bij nodig. 10 geboden niet meer van nut, gewoon doen wat in je opkomt, vrijheid : alles kan en mag, toch? Nergens in de Bijbel worden de gedragsregels van 10 geboden ongeldig verklaard. We zijn wel vrij van de wet, als middel om gered te worden. Maar we zijn niet vrij van de wet, om in dankbaarheid er naar te leven. We zijn niet God gehoorzaam omdat we bang en onzeker zijn over onze redding die we ermee hopen te verdienen. Maar we gehoorzamen God vanuit de vrijheid en zekerheid dat we weten dat we al gered zijn in Christus. We zijn gehoorzaam in dankbare vrijheid. Als jouw reden om Gods wet te gehoorzamen een andere is dan dankbaar zijn voor Gods genade, dan ben je een slaaf…

Het is nog best lastig om goed om te gaan met christelijke vrijheid,  toen en nu. Het is een wonder als onze goede omgang met vrijheid, weer zorgt voor een verandering van beeldvorming over ons als huisgezin van God. Het is een wonder als we allemaal heel persoonlijk het geheim van christelijke vrijheid mogen kennen en uitleven.

Van de vrijheid nog even terug naar de eenheid waar we mee begonnen. Valt het ons op dat de Bijbel (Jezus, apostelen) voortdurend de nadruk legt op de eenheid tussen christenen?

1.) Paulus’ statement in Jeruzalem is : eenheid betekent dat we iedereen accepteren die in Christus Jezus is.

“Een christen uit Nederland heeft veel meer gemeenschappelijk met een christen uit één of andere nomadenstam in Verweggistan, dan met zijn ongelovige buurman die in dezelfde auto rijdt en de kinderen naar dezelfde school doet…”

Met ongelovige mensen om ons heen deel je bijzaken, met een christen uit Verweggistan deel je het meest wezenlijke : het geloof in de zelfde God. Samen ben je kinderen van dezelfde Vader, gered door dezelfde Christus, leven door dezelfde Geest.

“Christelijke eenheid negeert cultureel onderscheid en heeft niets te maken met culturele overeenkomsten.”

Maar volgens mij gaat het daar vaak fout, wordt het daar spannend. Omdat we culturele overeenkomsten gaan zoeken. Handen bij de handen, voeten bij de voeten, … Daar christenen die verplichte volwassendoop toevoegen. Daar christenen die verplicht belijdenis-doen toevoegen. Daar christenen die vol op het orgel gaan, dat is pas serieus. Daar christenen die dansen met een band, dat is pas echt.

Veel kerken zeggen wel dat we door geloof alleen gered worden, maar alleen als je deze kenmerken vertoont, hiermee instemt, weten we zeker dat je echte christen bent. En als je niet aan onze regels voldoet, is het onmogelijk dat je een echte christen bent.

Goddank : niets kan ons scheiden van liefde van Jezus, geen besnijdenis, regels voor doop en belijdenis, muziekvoorkeur, … Daarom kan ook niets scheiding brengen tussen Gods geliefden. We mogen, kunnen niet anders dan iedereen te accepteren als broeder en zuster die zich door geloof in Jezus Christus kind van onze Vader weet.

2.) Eenheid is ook verschil in roeping accepteren, er waren apostelen van joden en apostelen van heidenen. We kunnen het evangelie aan passen aan verschillende mensen, zonder de essentie ervan kwijt te raken. Mijn woordkeuze, mijn voorbeelden, mijn vormen zijn anders dan die van collega’s of gemeenteleden. Dat is geen probleem : als de boodschap, de kern, maar hetzelfde blijft.

Het gevaar bestaat dat de boodschap wordt verandert.

Het evangelie wordt soms aangepast zodat het minder ‘aanstootgevend’ is. Het doopformulier is dan te ‘zwaar’, over zonde, oordeel. Maar als er met ons geen probleem is, dan hebben we Jezus niet nodig, dan kunnen/moeten we onszelf redden als goed mens door onze goede werken.

Anderen willen het evangelie juist helemaal niet aan passen. Vasthouden aan muziekstijl, organisatiestructuur, kerktaal. Jammer genoeg haken te veel mensen af omdat het evangelie dat wordt verkondigd voor hen nietszeggend is.

Zowel bij te veel als te weinig aanpassing raak je het evangelie van Gods genade kwijt. Als je tradities verheft tot normen waarover niet te onderhandelen valt, creëer je een wettisch systeem. Als je een echte christen bent, dan …Dus wetticisme (geen aanpassing) is net zo gevaarlijk als liberalisme ( te veel aanpassing).

De apostelen waren vastbesloten om de boodschap van het evangelie te behouden en ook de gedragsregels die daaruit voortvloeien. Maar ze waren ook bereid om de boodschap langs verschillende wegen te verkondigen, die vrijheid is er.

Verrassend, ook voor mij, is het derde kenmerk van eenheid. Het ondersteunen van de armen….

Petrus en Paulus hadden verschillende zendingsgebieden. Maar voor beiden gold de verplichting om voor de armen te zorgen. De apostelen in Jeruzalem wilden hieraan vasthouden, en dat is precies waarvoor Paulus zich heeft ingezet.

Maar waarom is zorgen voor de armen essentieel voor de christelijke eenheid?

1.) De gemeente in Jeruzalem was veel armer dan gemeenten die Paulus aan het stichten was in heidense gebieden, vaak welvarende havensteden. Zoals er met elkaar werd gedeeld in Jeruzalem, de plaatselijke kerk, ze hadden alles met elkaar gemeenschappelijk, zo moet ook alles met elkaar worden gedeeld in de wereldkerk, versterk de kerk in Kameroen.

2.) De zorg voor de armen is een rode draad in de Bijbel.

Het gevaar van materialisme waar de Bijbel voor waarschuwt, is nog steeds een groot gevaar en ernstige zonde.

De zorg voor de armen was zo belangrijk, dat er gelijk in het begin al bijzondere ambtsdragers voor worden aangesteld. Diakenen die de dienst van barmhartigheid van de kerk moeten coördineren. Dienst van barmhartigheid is essentieel en onmisbaar binnen de kerk. Net zo belangrijk als de dienst van het Woord en het pastoraat.

Eenheid tussen christenen, hoe belangrijk vinden we die? Als mensen het niet met ons eens zijn,

dan vertrekken zij of wij maar? Het gevaar is altijd aanwezig dat we vooral letten op wat ons scheidt van medegelovigen in plaats van wat ons bindt, ons gezamenlijke geloof in Jezus Christus als onze Heer en Heiland. Waarbij het andere gevaar ook kan ontstaan, de eenheid zozeer benadrukken dat het christen-zijn op het spel komt te staan, het Evangelie van Gods genade verbleekt

De enige reden dat Paulus niet bij anderen in één kerk wilde zitten, was omdat de anderen een ander evangelie verkondigden. De basis voor eenheid is overeenstemming over de kern van het evangelie. Dat je elkaar de broederhand kan geven. De broederhand is een teken van vriendschap, samenwerking, instemming over de kern van het Evangelie, met verschil in bijzaken. De broederhand is niet een vorm van beleefdheid. Geen broederhand betekent uitsluiting en afwijzing van valse leraars, gaat niet over bijzaken… Daarom geeft de ouderling van dienst de voorganger de hand. Niet dat je het altijd met elkaar eens bent over bijzaken, maar wel over de kern. Daarom geef ik u van harte de hand bij binnengaan en vertrek, we vormen een eenheid.

Gemeenschap met Christus is voldoende als basis voor gemeenschap met elkaar. We mogen nooit iemand buitensluiten die God heeft opgenomen in zijn gezin. We mogen nooit iemand binnenlaten,

die een kind van God niet ziet als broer of zus. Maar de gemeenschap met Christus is tegelijk ook de enige basis voor gemeenschap met elkaar. We mogen nooit de eenheid onderhouden ten koste van het evangelie.

Vrijheid en gemeenschap zijn twee sterke menselijke verlangens. Laten we in Christus die vrijheid genieten, door aanvaarding door God, ongeacht onze prestaties. En genieten van de eenheid die culturele en geografische grenzen negeert. Deze eenheid en vrijheid verkondigde Paulus. Scheuring en geestelijke slavernij waren zaken waarvoor Paulus helemaal naar Jeruzalem ging, waar hij geen moment voor gezwicht is. Laten wij ons voornemen dat ook nooit te doen…. Gods gunst/genade alleen maakt waarlijk vrij, God wil ons hart verblijden!

Er leeft een wijdverbreid misverstand onder christenen, namelijk dat ‘het evangelie’ vooral is bedoeld voor niet-christenen. Als ware het een basisset ‘abc’-leerstellingen waarin wordt uiteengezet hoe iemand het koninkrijk van God kan binnengaan. Maar eenmaal bekeerd, hoeven we niet meer het evangelie te horen/bestuderen/begrijpen. Dan hebben we ‘materiaal voor gevorderden’ nodig.

De Galatenbrief maakt ons duidelijk dat het evangelie niet het abc, maar het a tot z van het christelijke leven is. Niet slechts een manier waarop je het koninkrijk van God binnengaat, maar de manier waarop je leeft als je deel uitmaakt van het koninkrijk. Het is de manier waarop Christus mensen, kerken en gemeenschappen verandert.

We lezen Galaten 1: 1-12

Opvallendste aan het begin van de brief is dat Paulus verbaasd, boos, woedend is. Niets geen dankwoorden, groeten aan die en die : het verbaast mij; vervloekt is hij… Bizar! Waarom schrijft Paulus zo heftig, zo emotioneel?!

1) Paulus is verbaasd dat deze jonge christenen een evangelie aanvaarden dat geen evangelie is. Ze worden in verwarring gebracht.

2) Paulus is boos op hen die de bekeerlingen misleiden, het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hij spreekt een vervloeking over deze mensen uit. Indirect is Paulus ook boos op deze jonge christenen in Galatië zelf : Paulus is verbaasd/boos dat ze God Die hen geroepen heeft, zo snel hebben verlaten voor iets anders.

Later in de brief ontdekken we de oorzaak van dit heftige begin. Het gaat om een groep mensen die aan de bekeerde christenen uit de heidenen leerden dat ze verplicht waren om zich te houden aan de joodse culturele gebruiken uit de wetten van Mozes: spijswet, besnijdenis enz. Alleen dan zouden ze werkelijk rechtvaardig voor God zijn. Voor de Galaten klonk dat waarschijnlijk vertrouwd, niet radicaal anders dan wat ze eerder hoorden. Daar draait christelijke geloof toch om: rechtvaardig voor God zijn, goed mens zijn? Maar Paulus schrijft: NEE, dit staat lijnrecht tegenover wat ik jullie geleerd heb! Paulus gaat vol op het orgel : ‘vervloekt is hij

Maar als we geloven wat Paulus geloofde over het Evangelie dan zullen we het met hem eens zijn. Als de Galaten God echt de rug toekeren en een evangelie aanvaarden dat helemaal  geen evangelie is. Dan verkeren ze in groot gevaar  : keer om, bekeer je! Zoals mensen die uit het dakluik van de bus hangen en niet doorhebben dat ze een viaduct naderen… Jij rijdt achter ze en je schreeuwt het uit : pas op!!!

Maar wie is Paulus dat hij die christenen op deze manier aanspreekt?!

Ik schrik er altijd van als er zulke grote woorden worden gebruikt. Stel nu dat Paulus ons zo zou schrijven/mailen… of een oud-predikant…

1) Paulus is een Apostel, een man met rechtstreeks gezag van God. Gezonden : ‘niet vanwege mensen, noch door een mens, niet aangesteld of gezonden door een mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader’ : Uniek! Vandaag zijn er ook geroepenen en gezondenen, niet vanwege mensen, maar wel door mensen. Uiteindelijk ontvangen ze hun roeping van God, maar toch worden ze geroepen door mensen: predikanten, kerkenraadsleden. Maar Paulus heeft zijn apostolische aanstelling rechtstreeks door de opgestane Jezus Christus zelf ontvangen.

2) Gezonden met specifiek goddelijke boodschap: het evangelie prediken, verkondigen. Daarmee is zijn goddelijke onderwijs norm om te beoordelen wat waarheid en leugen is, zegen en vloek. Niemand kan daar nog wat aan veranderen, geen engel, geen andere apostel, niemand. Vandaag zijn er geen apostelen op de manier zoals Paulus en die andere elf. Zij waren uniek : ze hebben de opgestane Jezus Christus ontmoet, onderwijs van Jezus zelf ontvangen, wat zij schrijven is Gods Woord!

Deze door God aangestelde apostel herinnert de Galaten aan zijn specifiek goddelijke boodschap : het evangelie. Hij geeft een beknopte samenvatting van de boodschap van het Evangelie:

1) Wie wij zijn : hulpeloos en verloren, we moesten worden bevrijd, ontrukt, getrokken (vs.4)

Andere godsdiensten gesticht door mensen, die kwamen onderwijzen, niet om te bevrijden. Jezus was geweldige leraar, maar daar heeft Paulus het hier niet over. Velen denken, een christen is iemand die Jezus’ onderwijs gehoorzaamt, zijn voorbeeld volgt. Dat is onmogelijk, volgens Paulus.

Je redt iemand alleen maar als de persoon er slecht aan toe is, hulp nodig heeft. Als iemand verdrinkt, dan moet je hem niet een handboek ‘hoe leer ik zwemmen’ toegooien, geen instructies geven hoe ze wat moet doen. Je moet redden, een touw/reddingsboei gooien. Jezus is geen leraar, maar redder. Niet iemand die aan de kant maar wat stond te roepen, Hij sprong zelf het water in, om ons te redden.

Dat is een confronterend feit. De redding door Jezus is levensnoodzakelijk, dat redt ons echt. Niets in wie wij zijn of wat wij doen, redt ons, daartoe zijn we zelf niet in staat!

2) Wat Jezus deed : hoe heeft Jezus ons gered?

Hij heeft zichzelf gegeven voor onze zonden. Jezus bracht een plaatsvervangend offer, ‘voor onze zonden’, namens of in plaats van onze zonden.

Dat is revolutionair, die plaatsvervanging, daar hoefden wij niets voor te doen. Jezus gaf ons geen 2e kans om het nu eens echt goed te doen; doet geen oproep om serieuzer, een goed mens te zijn. Jezus deed alles wat wij hadden moeten doen, maar wat ons niet lukt, wij niet kunnen. Als Jezus’ dood echt namens ons betaling is voor onze zonden, kunnen we nooit opnieuw in staat van beschuldiging worden gesteld. Want dan zou God twee keer betaald moeten worden voor dezelfde zonden en dat is onrechtvaardig. Het is onrechtvaardig als voor één rekening, twee keer betaald moet worden. Jezus deed alles wat wij hadden moeten doen, in onze plaats, daarmee is het afgerond, volbracht. Dus als Jezus onze redder wordt, zijn wij volkomen vrij van straf en veroordeling,  vervloeking en schuld

3) Wat Vader deed : God heeft het werk dat Christus namens ons deed, aanvaard, door Hem uit dood op te wekken (vs.1) en door ons genade en vrede te schenken  (vs.3) die Christus voor ons verdiend en bereikt heeft. Dit resultaat uit het verleden, biedt wel garanties voor toekomst!

4) Waarom God het deed : allemaal uit genade.

Niet op grond van iets wat wij gedaan hebben, maar het was de wil van onze God en Vader (vs.4) Wij hebben er niet om gevraagd maar hebben het gekregen : onze redding is genade! Genade, mercy (niet krijgen, wat je wel verdiend hebt, dood) en grace (wel krijgen, wat je niet verdiend hebt, leven)

Daarom is het God alleen die de heerlijkheid toekomt in alle eeuwigheid. Als… we zelf hadden bijgedragen aan onze redding of als we onszelf hadden gered of als God iets in ons had ontdekt waardoor we redding verdienden of wat Hij kon gebruiken in zijn plan of zelfs als we alleen maar tot de conclusie waren gekomen dat we inderdaad gered moesten worden en ‘help’ hadden geroepen… dan konden we onszelf een schouderklop geven voor het aandeel dat we geleverd hadden aan onze redding. Maar het Bijbels Evangelie is duidelijk: de redding is van begin tot einde Gods werk. Deze waarheid maakt ons klein, is de kern van het christelijke geloof. Wij willen niets liever dan onze eigen redders zijn, vinden het heerlijk om onze eigen eer te zoeken.

Daarom zijn systemen waarin we zelf bijdragen aan onze redding zo aantrekkelijk.

Religieus, eigen vrome wijsheid: houd je aan deze regels en je zult tot in eeuwigheid zegen verdienen.

Werelds, alles om ons heen: zorg dat je dit of dat verwerft en je zult hier en nu zegen ervaren.

Het Evangelie keert alles om: jouw situatie is zo hopeloos dat je een reddingsoperatie nodig hebt waar je zelf helemaal niets aan bijdraagt. God zorgt in Jezus voor die reddingsoperatie, die je oneindig veel meer geeft dan elk valse redding waar je diep van binnen naar verlangt.

Paulus herinnert ons eraan dat we in het evangelie dieper gezonken zijn en tegelijk hoger opgericht worden dan we ons ooit kunnen voorstellen.

Dit Evangelie is door kerkelijke leiders Galatië verdraaid, en door kerkleden rug toegekeerd…

Maar is dit nu echt zo dramatisch?!

Paulus: elke verandering van ‘het evangelie’ zorgt er voor dat het helemaal geen evangelie meer is…

Hoe kan een kleine verandering van het evangelie het allemaal waardeloos maken? Omdat we door de genade van Christus zijn geroepen. Door God zelf zijn wij geroepen, niet wij gingen roepen. Of de het moeten de gvd’s zijn… God heeft ons allemaal als zijn kind aanvaard, ondanks dat we niets verdienden. God aanvaardt ons en daarna volgen wij. In alle andere godsdienstige systemen gaat het andersom: je moet eerst God iets geven en daarna wordt je aanvaard. Dan verdraai je de boel, keer je de zaak om. Als… je ook maar iets toevoegt aan Christus als voorwaarde om door God aanvaard te worden, als je gaat zeggen: om gered te worden heb ik genade van Christus nodig + nog iets..dan keer je de volgorde van het Evangelie radicaal om. En een ander Evangelie is geen ander evangelie,

maar is helemaal geen evangelie. Het Evangelie een tikkeltje veranderen is het zo volkomen kwijtraken dat het nieuwe onderwijs geen evangelie mag heten.

Luther: er is geen middenweg tussen christelijke rechtvaardigheid en rechtvaardigheid door goede werken.

Als je niet vertrouwt op het werk van Christus, dan moet je op je eigen werken vertrouwen…ben je aan jezelf overgeleverd. Het is of Jezus of jijzelf…

Het Evangelie kwijtraken in onze tijd gebeurd door de ontkenning van twee feiten:

– wij mensen zijn te zondig om bij te dragen aan onze verlossing, we hebben een complete redding nodig.

– wij mensen kunnen alleen gered worden door te geloven in het werk van Jezus Christus en verder niets.

We zien hier drie ontsporingen:

1.) Je wordt gered door je over te geven aan Christus + de juiste overtuiging en het juiste gedrag. Geef je leven aan Jezus, laat Jezus toe in je leven. Voor je het weet is jouw keuze, geloof, gevoel, vertrouwen, toegewijd leven alles bepalend. Eerst moet je een bepaald geestelijk nivo bereiken én vasthouden, voordat je goed genoeg bent voor God. Maar we worden niet gered vanwege ons geweldige geloofsnivo, maar door ons geloof. Niet de mate waarin we geloven bepaalt of we gered worden of niet, maar datgene waarin we  geloven. Niet wat wij mensen doen redt, maar wat Christus doet redt.

2.) Het maakt niet zoveel uit wat je gelooft, zolang je maar een liefdevol en goed mens bent. Alle goede mensen, ongeacht hun religie of gebrek daaraan, vinden God.

a) Goede werken zijn genoeg om bij God te komen.

Als alle goede mensen God kunnen kennen, dan was Jezus’ dood niet nodig geweest, deugdzaamheid is dan genoeg. Voor slechte mensen is er dan geen hoop en dat gaat regelrecht in tegen Evangelie voor zondaren, waarin zowel goede als slechte mensen uitgenodigd worden voor Gods feest. Niet een exclusief feestje, voor bepaalde elite, maar een inclusief feestje, iedereen is welkom.

b) Mensen kunnen gaan denken dat God blij is als je maar tolerant en open bent. Je hebt geen genade nodig, je krijgt het eeuwige leven zelf al. Dan komt eer en heerlijkheid aan jezelf toe, in plaats van aan onze God en Vader. Het Evangelie daagt juist uit om onder ogen te zien hoe gruwelijk diep de zonde gaat, hoe vervreemd we zijn van Gods verlangen met zijn schepping, we niet zo tolerant zijn als we anderen/onszelf doen geloven.

3.) Uiterst onverdraagzaam ten aanzien van kleine afwijkingen in uiterlijkheden of gewoontes.

De dwaalleraars in Galatië wilden veel oude regels en bepalingen opleggen die te maken hadden met kleding, eten, drinken, rituele voorschriften. Denk aan kerken of kerkmensen waar alles strikt volgens de regels moet gaan en met godsdienstige gemeenschappen die streng toezicht houden op hun leden

en strikte aanwijzingen geven voor hoe ze op de ‘juiste’ manier moeten eten, kleden, uitgaan, tijd moeten gebruiken.

Waar dreigen wij als gemeente te ontsporen? Welke is persoonlijk het grootste gevaar?

Velen zullen zeggen: die derde zeker niet… Nou, als ik zie hoe belangrijk bijzaken soms worden… Maar de eerste en tweede vorm vormen een veel groter risico, veel minder duidelijk… Goed mens, geloven zonder kerk, komt God dan echt nog aan zijn eer? Vertrouwen op kerkgang, financiële bijdrage, inzet voor kerk, als goed christen leven. Of hoe ik geloof, wat ik meemaak, welke keuzes ik maak voor/met Jezus…Maar Jezus dan?

Als het enige echte Evangelie zo belangrijk is en zo vaak en zo gemakkelijk verdraaid wordt, hoe kunnen we zeker zijn dat Evangelie wat wij geloven echt waar is?!

Niet gevoel, wat anderen geloven, wat goed klinkt, maar wat echt waar is, werkelijk kan redden, voor eeuwig. Paulus helpt ons. De maatstaf is het Evangelie dat hij en andere apostelen hebben ontvangen, de Bijbel. Ook al zou Paulus of een engel later iets anders vertellen. De overeenstemming onder apostelen over de boodschap van Jezus is de basis voor beoordeling van alle waarheidclaims. De Bijbel beoordeelt de kerk, niet de kerk beoordeelt de Bijbel. De Bijbel is de basis en oorsprong van de kerk, van ons geloof. De kerk, ons geloof, is niet de basis van de Bijbel. Wij moeten elkaar beoordelen op grond van het Bijbelse Evangelie, niet op grond van gewoonte of traditie of gevoel of eigen wijsheid. Telkens weer moeten we ons leven als persoon en kerk naast Bijbel leggen. Dan weinig tijd over voor bijzaakjes…

Paulus is zo heftig, omdat het Evangelie zo duidelijk is.

1) Als je water bij wijn doet, is het geen wijn meer. Als je een deel van het Evangelie afwijst, wijs je Jezus Christus af.

2) Een ander evangelie is helemaal geen evangelie.

Net als met vacuüm, je kan daar niet klein beetje lucht bij doen: ‘90% vacuüm’ of ‘met lucht verrijkt vacuüm’. Het is compleet vacuüm of helemaal geen vacuüm meer.

Dat is de boodschap van het Evangelie: je bent gered door genade, dankzij Jezus Christus en verder helemaal niets. Zodra je iets toevoegt of afdoet, ben je het allemaal en helemaal kwijt. Zodra je het verandert, keer je het om.

3) Leidt ook tot veroordeling.

Uiteindelijk zal je zonder Christus sterven en voor altijd zonder Christus zijn. Maar ook praktisch voor nu : andere ‘evangeliën’ en vertrouwen op andere manieren van redding, gaan altijd samen met angst, bezorgdheid, schuld (het gevoel van veroordeling en vervloeking). In deze tegenwoordige door kwaad beheerste wereld heeft dan nog steeds invloed op je. Maar daaruit, uit die door het kwaad beheerste wereld, heeft Jezus Christus ons getrokken, Hij heeft ons bevrijd, gered. Hij heeft u, jou en mij in liefde aanvaard, ons rechtvaardig voor God verklaard…



Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 
contactgegevens:
Rijssenseweg 11 7468 AA Enter
0547-381384


Wij hangen onze identiteit op aan drie elastiekjes:

Ik ben wat ik doe

Ik ben wat ik heb

Ik ben wat anderen over mij zeggen

In deze drie punten stoppen wij heel veel energie in het korte leven wat we hebben.

Als mensen goed over je spreken, als ik heel veel heb en als ik goede dingen doe, ben ik blij, enthousiast en gelukkig.

Maar als het minder gaat, als ik ontdek dat ik dingen niet meer kan, dat mensen slecht over me spreken, ik waardevolle dingen/personen kwijtraak, ben ik al snel een stuk minder blij, niet meer zo enthousiast, voel ik me ongelukkig.

Voor je het weet gaat het leven op en neer als een jojo.

Het gaat goed als aan deze drie punten zijn voldaan, het gaat slecht als we die dingen kwijtraken.

Ons leven danst aan die drie elastiekjes. Daar hangen we ons leven aan op, ontlenen we ons bestaan aan, zo willen we gezien worden.

Wat je doet, wat je hebt, wat anderen over je zeggen…

Maar dat is niet wie u bent, dat is niet wie ik ben, toch?

Wie ben jij in het diepst van jou bestaan?

Daar denken we zondagmorgen met elkaar over na in de doopdienst. Juist de doop bepaalt ons bij het feit wie we werkelijk zijn…in Gods ogen.

Iedereen is van harte welkom in deze dienst waarin ook een start wordt gemaakt met het Paasproject van de Kinderkerk. Voor de allerkleinsten is er crèche in de kelder. Na de dienst is er gelegenheid om de doopouders te feliciteren en elkaar te ontmoeten in Ons Centrum.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 
contactgegevens:
Rijssenseweg 11 7468 AA Enter
0547-381384

In de veertigdagentijd lezen we tijdens dit project van Bijbel Basics de verhalen die horen bij de dagen voor Pasen: van Jezus die naar Jeruzalem gaat, de laatste maaltijd met zijn leerlingen, tot en met zijn opstanding. We zien ook welke rol Petrus en Pilatus spelen in deze verhalen over het lijden en de dood van Jezus. 

In de doopdienst op zondagmorgen 18 november dachten we na over ‘opnieuw geboren worden’. We ontmoetten twee mensen die een bizar gesprek hadden, nl. over opnieuw geboren worden… : Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. Nikodemus is een Farizeeër, één van de joodse leiders, een belangrijke man met veel verstand van de Bijbel. En Jezus, een timmerman(szoon), onbelangrijk en onbekend. Al doet hij de laatste weken wonderen, vertelt hij bijzondere verhalen. Ze ontmoeten elkaar, in de nacht, bij Jezus thuis. De belangrijke en bekende man Nikodemus en de onbelangrijke en onbekende timmerman Jezus. Als Nikodemus het gesprek begint, dan zegt hij iets opvallends, niet: timmerman, maar rabbi=leraar/meester. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ Jezus, geen gewone timmerman of onbekend iemand, maar leraar, iemand die bij God vandaan komt, ons iets wil leren, over opnieuw geboren worden…

Opnieuw’, in de zin van helemaal opnieuw beginnen, wat daarvoor was, is niet belangrijk. Zoals een nieuwe start, een nieuw begin. Bij een wedstrijd hardlopen, na een valse start, moet je opnieuw beginnen. Het haalt niet uit of je wel/niet eerste was, of je wel/niet goed je best deed, dat geldt niet, het moet opnieuw. Of bij een ruzie met vrienden, na de ruzie uitpraten, ben je opnieuw vrienden, de ruzie is vergeten en vergeven, er is een nieuw begin.

Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.Opnieuw geboren worden om het koninkrijk van God te zien…

Pasgeboren baby’s zijn in onze ogen lief, schattig en onschuldig.  Baby’s slapen alleen, maken geen rommel, pakken niets af, maken geen ruzie, doen niet gemeen. Maar God, onze Schepper, kent baby’tjes ook en weet dat als het baby’tje groot wordt het als vanzelf rommel maakt, dingen afpakt, ruzie maakt, gemeen doet, anderen pijn doet. God, onze Schepper, weet dat wij op deze wereld komen met neiging om te zondigen en God los te laten.(doopformulier) Daar is God verdrietig/bedroefd en boos/vertoornd om. Boos, omdat we ongehoorzaam zijn, niet leven zoals Hij wil: egoïsme, gemeen doen, onverschilligheid. Verdrietig, omdat we niet zo gelukkig zijn als Hij wil: elkaar pijn doen, ruzie maken, het leven onmogelijk maken. Daarvoor is een nieuwe geboorte nodig, een geestelijke geboorte, een totale en radicale levensverandering van binnen uit. Daar heeft Jezus het over in gesprek met Nikodemus : nieuwe geboorte, opnieuw geboren worden. Hoe goed/mooi/liefdevol/onschuldig je ook denkt dat het is, ieder mens moet opnieuw beginnen, nieuwe start maken, omdat het veel beter/mooier/liefdevoller kan in Gods ogen, en Hij als onze Schepper/Maker kan het weten.

‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ Nikodemus begrijpt niet precies of helemaal niet wat Jezus bedoelt. Opnieuw geboren worden? Je kunt toch niet opnieuw de buik van je moeder binnengaan? Nikodemus begrijpt Jezus niet, omdat Jezus het wat geheimzinnig/moeilijk zegt. Opnieuw geboren, wat bedoelt Jezus dan wel? Het is opvallend dat Jezus het nieuwe begin dat God maakt met mensen vergelijkt met een geboorte. Het maakt veel duidelijk! Op een zwart-wit echofoto zie je een baby die groeit in de buik van een moeder. In de kleine, donkere ruimte van de baarmoeder zit de baby daar, tot het moment van de bevalling. Dan wordt het kind geboren, vanuit de donkere baarmoeder in een kamer vol licht. Waarom vergelijkt Jezus het tot geloof komen met een geboorte? Nou, ik denk hierom: vanwege het grote verschil. Eerst zit de baby helemaal opgerold in de baarmoeder, alleen, in het donker, en hoort het alleen vage geluiden en stemmen, maar bij de geboorte verandert dat. Dan komt baby in een wereld die zoveel groter is, met mensen, zijn vader en moeder, broertjes en zusjes, geluiden, geuren, kleuren, en nog veel meer.

Wat is leuker, in de buik of buiten de buik? Buiten de buik. Zo is het – zegt Jezus – wie tot geloof komt, wordt als het ware in een nieuwe wereld geboren. Zo leven we als we in God geloven in Gods wereld, in Gods koninkrijk. Het is de wereld van God, van die God die Schepper is, die alles kan en onvoorwaardelijk van je houdt. De wereld waarin wij Zijn Stem gaan horen. Ik heb je lief mijn kind, je bent van Mij. Ik neem je tot Mijn kind en erfgenaam aan. Je mag bij Mij horen, ondanks wie je bent. Ik zal voor je zorgen. (doopformulier) De wereld waarin Zijn beloften gelden : voor Mij is niets onmogelijk. Ik heb alle macht in hemel en aarde. En Ik zal het kwade tegenhouden, of anders zal Ik er wat goeds mee uitwerken. (doopformulier) Het koninkrijk is de wereld waarin de Heer Jezus koning is. Waarin Hij het voor het zeggen heeft. Het is het koninkrijk van Gods geliefde Zoon, waarin dus alles draait om de liefde. Het is wereld waarin mensen zo gelukkig worden als God had bedacht, en waarin God alle eer krijgt. In Jezus geloven lijkt dus veel op geboren worden, omdat je die andere, nieuwe wereld gaat zien, ingaat. Wereld met heel andere mogelijkheden, Gods mogelijkheden, voor mensen maar moeilijk voor te stellen. Een andere wereld op deze aarde, een nieuwe tijd, maar gewoon vandaag; onwennig, maar wel echt. Zoals een baby als het geboren wordt op dezelfde aarde blijft, maar wel veel meer ziet van de wereld dan in de buik. Zoals een baby al voordat het geboren wordt al leeft en na de geboorte ook, maar toch anders. Zoals een baby in de buik ook al bewoog, maar nu veel meer ruimte heeft en later gaat leren lopen, fietsen, … Zoals een baby in de buik ook al echt leefde, maar als het geboren wordt veel meer plezier heeft, lachen en spelen.

Opnieuw geboren worden : miljoenen volgden hoe boer Marnix eigenlijk ook opnieuw werd geboren. Want wie Marnix ook koos, hij bleef en blijft Marnix, maar zijn keuken, woonkamer en kleding zullen radicaal veranderen. Hij zal een ander mens worden met een vrouw in zijn leven met wie hij alles kan delen, samen lachen én samen huilen.

Opnieuw geboren worden, niet langer alleen, maar samen met God, het leven leven op Gods wereld. Zo leven dat God niet meer boos en verdrietig hoeft te zijn, maar geniet hoe liefdevol we het leven leven.

Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water&geest

Water staat voor de reiniging van al je zonden, God maakt je schoon en stralend, dit is de bekering. Dankzij Jezus mag jij je rechtvaardig voor Hem weten, volkomen door Hem aanvaard (doopformulier). Geest staat voor verandering, vernieuwing, God wil ervoor zorgen dat je schoon en stralend blijft, de Geest helpt.  Zoals Yvon boer Marnix helpt in de voor hem totaal nieuwe situatie. Om ook te ontvangen wat God jou geeft: de afwassing van zonden en  de voortgaande vernieuwing van je leven (doopformulier) Door geboorte uit water en geest ontvang je een totaal nieuwe identiteit, make-over, veel ingrijpender en radicaler dan bij boer Marnix : een totale en radicale levensverandering van binnen uit. Waardoor je nu én in toekomst schoon en stralend in het licht met Jezus mag wandelen. Je blijft wie je bent, maar alle negatieve dingen verdwijnen, alle positieve dingen blijven over, nog beter.

Ook Nikodemus wist dat hij niet perfect was. Ook hij kon best wat goddelijke hulp gebruiken, aanvullingen hier en daar: vriendelijker, geduldiger,… Maar Jezus zegt dat het veel radicaler moet, opnieuw geboren, totaal nieuwe start, reiniging en vernieuwing. We worden nieuwe personen van binnen, terwijl we van buiten gewoon blijven wie we blijven. We worden daarmee een totaal nieuw persoon, niet slechts een verbeterde/aangepaste versie van de oude mens.

Opnieuw geboren worden is niet dat je nog wat hulp van God nodig hebt om te doen wat goed is. God repareert niet je oude identiteit, dat je wat minder lelijk doet, het negatieve wat minder wordt. God geeft een totaal nieuwe identiteit, waardoor je steeds meer op Jezus gaat lijken, het negatieve verdwijnt, het positieve groeit. De zelfde mens, maar wel een ander mens, wandelend in het licht met Jezus…

Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet. Door geboorte uit water en geest zoek je het licht op, ontvang je nieuw zicht, je gaat dingen anders zien. Dit betekent niet dat je letterlijk nieuwe beelden ziet en stemmen hoort. Het betekent wel dat je meer van God gaat zien, God beter gaat begrijpen. Je kent bijvoorbeeld als Bijbelteksten/verhalen, maar opnieuw geboren krijgen die teksten/verhalen echt betekenis.

Ben jij al opnieuw geboren? U bent trouw kerkganger, leidt een netjes leven, betaald ruimhartig de kerkelijke bijdragen? Dat deed Nikodemus ook…

De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’

Opnieuw geboren worden, geboren worden uit water en Geest, geboren worden uit de Geest. Het is het mooiste wat je kan overkomen, een nieuwe start, leven samen met God om echt gelukkig te worden. Dat is in het begin een onzichtbaar werk van God, net als de wind. De wind, je hoort zijn geluid, ziet het waaien, maar weet niet vanwaar hij komt en waar hij naar toe gaat; toch is Gods werk, onzichtbaar en moeilijk te begrijpen, echt en belangrijk, merkbaar in je leven. Zonder alles te kunnen verklaren, weet je toch dat het waait. Zo ook met iedereen die opnieuw geboren is. Je kan het misschien niet goed uitleggen, maar je weet wel dat God van jou houdt en jij van God houdt en dat jullie samen gelukkig zijn en blijven. Door elke dag in de Bijbel te lezen en te bidden, groeit het geloof in God. Tegelijk is het ook een keuze om God te gehoorzamen. Dan hoef je nooit meer bang te zijn, want wat er ook gebeurd, God is altijd bij je en belooft “Ik zal er zijn”

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 
 
contactgegevens:
Rijssenseweg 11
7468 AA Enter
0547-381384

De komende maanden lezen we samen hoofdstuk voor hoofdstuk over Jozef, zijn broers en hun vader Jakob. Het is me trouwens het gezin wel… zoiets als Familie Flodder…je hebt er gelijk een beeld bij… Tenminste : welk beeld hebben wij van het gezin van Jakob en de onderlinge verhoudingen in het gezin? Lezen we misschien het verhaal van Jozef gekleurd omdat we de afloop al weten? Jozef de brave jongen en de broers de jaloerse ‘losers’?! Laten we met elkaar een poging wagen om het verhaal ‘gewoon’ te lezen. Daarmee wordt het spannender, mooier, evenwichtiger, eerlijker. Net zo goed als het verhaal eerlijker en echter wordt als we het in de context lezen van Genesis. Lees/Blader maar eens door Genesis 12-50 waar verteld wordt over de aartsvaders: de familieverhalen van Abraham, Izak, Jakob en Jozef. (zie eerder bericht voor een overzicht) Als je Genesis doorbladert denk je eerder aan een soap, dan aan een Bijbelverhaal. Mooie vrouwen, gedwongen huwelijken, mannen die voor uiterlijk schoon gaan, mooie vrouwen die de intimiteit van de seksualiteit kapot maken, het voortrekken van lievelingskinderen, mannen die uit angst hun mooie vrouw als zus voorstellen en naar een andere man laten gaan, bedriegers, haat en nijd in huwelijken, tussen vrouwen die ook zussen zijn, en in gezinnen, overspel, prostitutiebezoek of was het incest?, het uitroeien van een stad.

De Bijbel is heel eerlijk, er in geen enkele reden om nageslacht van Abraham, inclusief Jozef, positiever te laten zijn dan dat ’t was. Het geromantiseerde beeld van Jozef en zijn familie is snel verdwenen : er is veel haat, schone schijn, seksuele uitspattingen. Er wordt ook gesproken over het geloof van de hoofdpersonen, vaak wordt de Naam van Heer aangeroepen, maar die andere verhalen…

Genesis is hierin niet uniek, denk maar eens aan David, zijn misstappen en de verhouding tussen zijn zonen, de strijd om de troonopvolging.

De vraag komt boven : wat is het verschil tussen ‘Goede tijden, slechte tijden’ en ‘Vijftig tinten grijs’ en de Bijbelverhalen die ook bol staan van seks, intriges, roddel, haat, moord…?! We gaan er de komende tijd met elkaar over nadenken.

We lezen Genesis 37.

Wie is Jozef? Van wie is hij er eentje? Herkenbare vraag, je wilt iemand kunnen plaatsen. In Genesis 30:24 lezen we over de geboorte van Jozef, de oudste van de twee zonen die Jakob bij Rachel uiteindelijk verwekt. Zoon van Jakob, kleinzoon van Izak, achterkleinzoon van Abraham. Nu is hij 17 jaar oud, officieel al volwassen : is hij de ideale schoonzoon? Hij is gewend samen met zijn halfbroers, van de andere vrouwen van Jakob, schapen en geiten te weiden. Jozef is verwend, wordt voorgetrokken en dat mogen zijn broers weten ook. Jozef is irritant! Confronterende tiener, zoiets als een puber of  een volwassene die nooit volwassen is geworden? En hij maakt het ernaar dat hij wordt gehaat. Want zijn broers haten hem niet zomaar, ze willen hem niet zomaar vermoorden… Jozef kletst bij zijn vader over zijn broers. Alle praatjes die de ronde deden vertelde hij door (vs.2). Het hier gebruikte woord betreft altijd negatief gepraat, dat bovendien niet waar is. Hij is een praatjesmaker, een leugenaar. En hij heeft het niet van een vreemde, een aartje naar zijn vaartje. Zijn vader Jakob, moeder Rachel, opa’s Izak en Laban, oma Rebekka, allemaal bedriegers : het zit in de familie. Het lijkt erop dat Jozef met opzet zijn broers bij zijn vader in een verkeerd daglicht wil stellen, Jakob gelooft hem. Dat is niet zo vreemd: Ruben had geslapen met zijn bijvrouw Bilha, straks duikt Juda de tent in met schoondochter Tamar die zich had verkleed als hoer (preek zondagavond 30 juli).

Jakob laat voor zijn lievelingszoon Jozef een bijzonder mooi bovenkleed maken. Het voortrekken/bevoorrechten van één van de kinderen (of vrouwen) zit diepgeworteld in familie van Jakob. Ezau was het lievelingskind van Izak, Jakob het lievelingskind van Rebekka, Jakob hield meer van Rachel dan van Lea. Het is daarom niet vreemd dat de broers Jozef haten en niet meer vriendelijk met hem kunnen praten. De vrede is verdwenen en de familierelaties lijken een dieptepunt te hebben bereikt. De situatie wordt nog erger als Jozef zijn dromen krijgt en deze vertelt aan zijn vader en broers. Want naast het voortrekken, de mooie mantel en het roddelen van hun jongere broer hebben ze zich het meest geërgerd aan zijn dromen. Jozef vertelt zijn dromen; over de korenschoven van zijn familieleden die voor zijn korenschoof bogen en over de zon, maan en elf sterren die voor hem bogen. Zijn broers haten Jozef daarom nog meer. Zijn vader wijst hem terecht, het wordt hem ook iets ‘te’…

Stel : Jozef is je broer en vertelt zijn dromen ’s morgens tijdens het ontbijt… Dat roddelende broertje, die expres leugens tegen je vader vertelt, die wordt voorgetrokken en dan ook nog eens zulke dromen heeft…

En in zo’n situatie, als alles in de omgeving er aan meewerkt, kan het slechtste bovenkomen in mens… Want dan lezen we dat de broers de kudde aan het weiden zijn in de buurt van Sichem. Je vraagt je af : wat hebben ze daar te zoeken?! Sichem…stad die ze tijdje terug hadden uitgemoord en geplunderd : je moet maar durven! Alsof je een paar jaar geleden Wierden hebt uitgemoord en geplunderd en vorige week gezellig naar WieZo ging. Niet vreemd dat Jakob wil weten hoe het met zijn zoons gaat. Hij kent ze, hij weet waar ze toe in staat zijn. Jakob vraagt Jozef om in Sichem te gaan kijken of alles in orde is met de broers en het vee. Maakt Jakob zich geen zorgen over het welzijn van Jozef of is hij blind voor wat er in zijn gezin speelt?

Als de broers meesterdromer Jozef in zijn prachtige gewaad al van verre zien aankomen, hebben ze blijkbaar niet veel tijd nodig om eensgezinds een list te bedenken om hem te doden. Door hem te doden willen ze bewijzen dat Jozefs dromen niet uitkomen. Ruben, de oudste broer, probeert de moord op zijn halfbroer Jozef te voorkomen. Omdat hij nog iets goeds te maken heeft met vader Jakob i.v.m. zijn misstap met Bilha? Omdat hij het meeste verantwoordelijkheidsgevoel heeft, weet dat dit fout afloopt? Want : al is leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel…Ruben stelt voor Jozef levend in een waterput te gooien en hem daar de hongerdood te laten sterven. Hij is van plan Jozef later stiekem uit de put te halen en hem terug te brengen naar zijn vader. Ruben durft tegen de groepsdruk in te gaan en krijgt zijn zin. Maar tijdens Rubens afwezigheid stelt Juda voor om Jozef te verkopen aan handelaren op weg naar Egypte. Wat zal Jozef gezegd hebben, wat zullen de broers gedacht hebben? Je broertje op Marktplaats verkopen…: bizar!

Nadat Jozef verkocht is, dopen de broers het prachtige kleed van Jozef in het bloed van een geitenbokje, en laten het naar hun vader brengen. Zonder iets te zeggen, dan hoef je ook niet te liegen… Zoals Jakob zelf eens met kleren van zijn broer Esau en een geitenbokje zijn vader Izak misleidde, zo wordt hier vader Jakob misleid door kleren van zijn zoon en een geitenbokje. Jakob reageert zoals de broers hadden verwacht. Al de huichelachtige pogingen van zijn zonen en dochters om hem te troosten falen. Spannende vraag : zullen de broers het tegen hun zussen en hun vrouwen verteld hebben of geheim gehouden?

Zo zien we in dit hoofdstuk dat de familierelaties van Jakob doortrokken zijn van haat en jaloezie. In het gezin waar Jozef  toe behoort is er veel gebeurd wat er voor een verziekte sfeer heeft gezorgd. In dit deel van het verhaal zou het Familiediner heel goed passen. Op dit moment alle betrokkenen uitnodigen voor een goed gesprek aan een rijk gevulde tafel… Om te proberen om te komen tot een goed gesprek, een aanzet tot een nieuw begin… Om te komen  tot vergeving, verzoening, liefde…

Dat is de familie van Jakob, Jozef. Maar hoe zit het met ons? Wat zien uw buren als ze kijken naar uw gezin/familie? Schone schijn, alles om de lieve vrede wil, voorkomen dat we zeggen wat we echt denken? In sommige gemeenschappen zijn er veel familieruzies, breekt de hel los als ouders overlijden… Ik ben nog te kort in Enter om er iets over te zeggen, maar Enter ligt ook buiten het paradijs…

Hebt u lievelingskinderen, waardoor u anderen achterstelt? En hoe ga jij met je broertje, met je zusje om? Is dat een gegeven of sta je open voor verzoening? Of kan je die ander wel wat aandoen? Weet u wat er in uw gezin speelt? Hoe de kinderen tegen elkaar zijn als u er niet bij bent? Kunnen jullie als gezin zo in de zomer het gezellig met elkaar hebben? Of weet de hele camping het? Trek jij kinderen voor tijdens kindernevendienst/voetbal/club?

En wij als huisgezin van God hier in Enter? Hoe denken onze plaatsgenoten over ons als familie? Blijven wij elkaar vinden in de kern als we rondom middelmatig of bijzaken verschillen?

Zijn er in uw leven dingen die voor scheve gezichten zorgen in uw omgeving? Hoe praat jij over anderen? Ben jij een praatjesmaker die het niet zo nauw neemt met de waarheid? Hangt jouw leven van liegen en bedriegen aan elkaar? Sfeer van onzekerheid: stik onzeker omdat je niet weet wat ander van je denkt. Of niet onzeker: wacht maar, ik krijg jou nog wel…

Kijk of loop je weg als er in vriendengroep dingen gebeuren die niets te maken hebben met leven in de geest van Jezus? Durf je nog wel eens tegen de groepsdruk in te gaan zoals Ruben?

In de verhalen van Genesis/Bijbel, te midden van de rotzooi, duikt God telkens op… Daarom komende weken het verhaal van Jozef : want gezin, relaties, seks zijn geen gegeven!!! Ook patronen van de Enterse gemeenschap zijn geen gegevens waar we maar mee te dealen hebben. Dan ken je God nog niet, dan ken je de kracht van het kruis niet. Gods reddende kracht die beide zonen op het feest wil, Jozef én zijn broers.

Zo maar vragen die bij mij opkomen als ik het verhaal van Jozef lees en aan ons leven van alledag denk. Dan komt de gebrokenheid dichtbij en herkennen we er misschien wel iets in vanuit ons eigen leven. Dan zijn de ‘zondaars’ die naar Jezus kwamen niet anderen, maar wijzelf, schijn-heiligen… Dan is het ook niet makkelijk om een hoofdschuldige aan te wijzen van de situatie in het gezin van Jakob. Vader, broers, Jozef, God? Want Jozef had het er dan wel zelf naar gemaakt, maar wat voor jeugd heeft hij gehad? Moeder vroeg overleden, haat en nijd tussen de vier vrouwen van vader Jakob en hun kinderen. Wat zal Jozef eenzaam zijn geweest zonder moederliefde. Wie is in zo’n verziekte familie ‘goed’ en ‘fout’?! Een vraag die de komende tijd zichzelf van antwoord voorziet. Ik wijs dus ook geen hoofdschuldige aan in uw familie/omgeving, maar stel alleen de vraag of u er misschien aan toe bent er nog eens over na te denken…

Te midden van alle rampspoed geven de dromen van Jozef aan dat er meer gaande is dan met het blote oog kan worden waargenomen. Dwars door alle menselijke onrecht heen is God aan het werk in de familiegeschiedenis van Jakob. Dat is het verschil met het fictieve leven van Grey&Ana, van Nina, Ludo, Janine en de anderen in Meerdijk. En de grote vraag is of jij dat verschil dat God wil maken, een kans geeft in jouw leven. Of nog meer kansen geeft dan nu al gebeurt.

We zijn een moment stil, om na te denken over het gehoorde. Uit wat voor familie kom je, en wat betekent dat voor jouw leven en jouw  toekomst? Ervaar je soms ook eenzaamheid, besef je dat het klopt toen God zei : het is niet goed dat mens alleen is! Voel je pijn om wat je is aangedaan, maar weet je niet hoe je daar mee verder moet? Zijn we bereid om onze broer/zus/kind/ouder/neef/nicht/oom/tante een nieuwe kans te geven. Zijn we bereid om de kracht van het kruis realiteit te laten zijn in ons leven, in het verlangen naar meer. Wordt het misschien tijd om nooit meer GTST te kijken, nooit meer 50 tinten/roddelbladen te lezen en die tijd te gebruiken om een echt verhaal je leven binnen te laten komen, het verhaal van God… Die van slechte tijden, goede tijden wil maken, kleur aan ons leven wil geven, ons wil laten delen in alle overvloed (Psalm 62).