Dominee op de vlucht voor God, op eigen verzoek in zee gejonast – terugblik zondagmorgen 3 december

Heb jij wel eens iets niet gedaan, wat je wel gevraagd was? Waarom deed je het niet?

1Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai….

Zou jij dat wel eens willen? Dat God gewoon iets tegen je zou zeggen? Een stem uit de hemel? Zou Jona er blij mee zijn?

De komende weken gaan we op weg naar Kerst met Jona, maar wie is Jona? Jona is een profeet, iemand die besloten heeft om altijd naar God te luisteren, te doen wat God van hem vraagt. Hij is een soort dominee, zeker geen half-half christen, die wel in ‘iets’ gelooft, maar iemand die er voor gaat. ‘God u roept mij, ik ga u dienen, helpen om het volk Israël dicht bij u te houden, leren Gods wil te doen…’ Tegen volk Israël was zijn boodschap : ‘als je God niet gehoorzaamt, dan komen de vijanden…’ Jona kende God dus ook heel goed, had een intieme relatie met God, leefde heel dicht bij God. Jona was dus ook iemand waar God rechtstreeks tegen sprak. Maar God praat nog elke dag tegen ons als je hem wil dienen, als we in de Bijbel lezen… Spannende vraag : horen wij Gods stem nog? Herkennen wij de stem van onze hemelse Vader?

We lezen met elkaar Jona 1:1-2:1 (NBV)

1 Het woord van de HEERE kwam tot Jona, de zoon van Amitthai: 2 Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht.

Ninevé, zou dat een leuke plaats zijn waar Jona naar toe moet? Nee, het is een verschrikkelijke plek, slechter dan slecht, ten hemel schreiend, letterlijk levensgevaarlijk! De opdracht aan Jona is : ‘ga daar preken want hun kwaad is opstegen voor mijn aangezicht.’ Maar waarom moet Jona voor God naar Ninevé? Hij is toch profeet om het volk van Israël dichtbij God  te houden waardoor de vijanden van Israël wegblijven? En nu moet Jona niet naar het volk van Israël, maar naar de grootste vijanden van Israël…waarom?!

Zoals nu een dominee zou gaan naar de wreedaards van IS, zou je die financieel steunen, zijn nieuwsbrief lezen? Omdat God iedereen lief heeft en het Gods verlangen is dat iedereen God lief heeft, alle volken Hem loven, alle natiën Hem prijzen Dat is Gods verlangen, dat iedereen Hem leert kennen, of je nu wel of niet ‘netjes’ leeft… En als knecht van God gehoorzaamt Jona meteen en gaat naar Ninevé, toch?! Ja, en Jona maakte zich gereed om naar Ninevé te gaan, toch?

3 Maar Jona stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEER. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEER.

 Wat gebeurt er? Jona staat op, maar vlucht de andere kant op, weg van het aangezicht van de HEER. Jona daalt af, kiest er voor om de diepte in te gaan… Waarom luistert Jona niet? Is het toch niet zo fijn als God tegen je gaat praten? Blijkbaar niet of niet altijd…  Jona hoort Gods stem, maar is er helemaal niet blij mee. Jona vlucht weg, weg van God vandaan… Jona kon zich niet voorstellen dat zijn liefdevolle God ook een plan had voor deze grote zondaars. En wij, waren wij wel naar Ninevé gegaan? Of begrijpen we Jona wel? Het moet wel leuk blijven… God ziet alles, maar reageert anders dan wij mensen… Maar wat nu? Het plan van God over en uit?

4 Maar de HEER wierp een hevige wind op de zee; er ontstond een zware storm op de zee, zodat het schip dreigde te breken.

Dan is God weer aan zet. Jona vlucht weg, bij God vandaan. Maar God laat Jona niet los in zijn vlucht, maar wil hem een les leren. Hij gaat Jona’s vluchtplan in de war schoppen. God die een plan met uw, jouw en mijn leven heeft, die laat je niet los als je bij Hem vandaan vlucht. Of denk je echt dat God die een plan met jouw leven heeft jou loslaat als jij bij Hem vandaan vlucht? God die ons leven leidt, die niet loslaat het werk dat zijn handen ooit begon, laat ons nooit los. Er komt een stevige storm en dan zingen wij natuurlijk : je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer… Niet bang zijn?! Heb je wel eens storm meegemaakt? En op zee? Bang? De zeelieden die echt wel wat gewend zijn, zijn doodsbang!

5 Toen werden de zeelieden bevreesd en zij riepen, ieder tot zijn god. Zij wierpen de lading die in het schip was, in de zee om het daardoor lichter te maken.

De zeelieden zijn doodsbang, ze denken dat de storm een straf is van boze geesten. Maar wij weten dat het God is die Jona een les wil leren. Soms heeft God een storm nodig om ons weer op het goede pad te krijgen… Maar waar is Jona eigenlijk? Terwijl de zeelieden de lading in zee gooien, alles waar ze geld mee konden verdienen kwijtraken, is Jona nergens te zien…

 Maar Jona was afgedaald in het ruim van het schip, was gaan liggen en was in een diepe slaap gevallen. 6 De kapitein kwam bij hem en zei tegen hem: Hoe kunt u zo diep in slaap zijn! Sta op, roep uw God aan! Misschien zal die God aan ons denken, zodat wij niet vergaan!

Jona lag te slapen, was nog dieper afgedaald…dat lezen we voor de 3e keer. En als Jona wordt wakker gemaakt en al die bange zeemannen ziet, wat doet hij dan? Gaat hij ook bidden? Nee, als je weet dat je iets doet wat God niet wil, dan is bidden onmogelijk. Want dan kan je niet meer bidden : uw wil geschiedde, zoals in de hemel, zo ook op aarde…. Daarom gaat Jona niet bidden, terwijl hij een profeet, een dienaar van God is, terwijl anderen die niet in de God van Jona geloven hem aansporen wel te bidden, toch niet bidden… Gaat Jona vertellen wat er aan de hand is? Nee, Jona hoopt dat alles nog goed of met een sisser afloopt…

7 Daarop zeiden de mannen tegen elkaar: Kom, laten wij het lot werpen, zodat wij weten door wie dit onheil ons overkomt. Zij wierpen het lot, en het lot viel op Jona. 8 Toen zeiden zij tegen hem: Vertel ons toch door wie dit onheil ons overkomt. Wat is uw werk en waar komt u vandaan? Wat is uw land en van welk volk bent u? 9 Hij zei tegen hen: Ik ben een Hebreeër en ik vrees de HEER, de God van de hemel, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

Dan, als het niet anders kan, als het lot uit loterij hem heeft aangewezen als de schuldige, vertelt Jona wat er aan de hand is. Pas als het niet anders kan, belijdt Jona zijn geloof in God. Ik vereer de HEER, God van de hemel, die zee en land gemaakt heeft. Jona doet midden in de grootste storm van zijn leven geloofsbelijdenis…

Hoe zit het met ons als God tegen ons spreekt?! Gaan wij dan echt voor God? Wat antwoorden wij als ons gevraagd wordt naar wie we zijn, wat we geloven, waar we bij horen? Getuigen wij dan altijd van de hoop die in ons is? Waarom wachten wij vaak pas tot ons geloof te belijden als het water ons tot de lippen reikt? Waar komt die weerstand in ons leven vandaan dat we niet dag aan dag Jezus volgen? Hoe komt het dat het ons zwaar valt om werkelijk al onze tijd, energie, geld in Gods dienst te stellen? Gods verlangen is dat wij niet vluchten, maar volgen… Dat we stoppen met verstoppertje spelen voor God, maar in zijn dienst gaan leven…leven als Jezus… En dat we het gewoon zeggen als er naar gevraagd wordt : ik vereer de HEER! Ik wil zo leven dat ik ga beantwoorden aan het doel waarvoor God mij op deze aarde gezet heeft! En mijn God verlangt er naar dat ook jij Hem leert kennen. Dat we allemaal tot onze bestemming komen zoals God het bedoeld heeft. Hem te erkennen als Schepper van hemel en aarde, Schepper van uw, jouw en mijn leven, als Vader van iedereen die door het geloof in Christus tot kind is aangenomen.

10 Toen werden de mannen zeer bevreesd, en ze zeiden tegen hem: Hoe hebt u dit kunnen doen? De mannen wisten namelijk dat hij op de vlucht was, weg van het aangezicht van de HEERE, want hij had het hun verteld. 11 Zij zeiden dan tegen hem: Wat moeten wij met u doen, zodat de zee ons met rust laat? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger. 12 Daarop zei hij tegen hen: Pak mij op en werp mij in de zee; dan zal de zee u met rust laten, want ik weet dat deze zware storm u omwille van mij overkomt.

De mannen worden doodsbang : hoe heb je dat kunnen doen? Wat moeten we met je doen?

Maar Jona niet, hij lijkt heel rustig : 3x scheepsrecht, voor 3e keer lezen we : weg van het aangezicht van HEER. Misschien omdat hij ook al in hij ongehoorzaam geweest en voor God gevlucht toch op God vertrouwt?

13 De mannen roeiden echter om het schip terug te brengen naar het droge. Maar zij konden het niet, want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.14 Toen riepen zij de HEER aan en zeiden: Och HEER, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man! Leg geen onschuldig bloed op ons! Want U, HEER, doet zoals het U behaagd heeft. 15 Daarop pakten zij Jona op en wierpen hem in de zee. En de woedende zee kwam tot bedaren. 16Toen werden de mannen zeer bevreesd voor de HEER; zij brachten de HEER een slachtoffer en legden geloften af

Voordat ze met Jona gaan jonassen, bidden de mannen tot God. Laat ons toch niet vergaan als we het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft, onschuldig bloed op ons komt. Nou, Jona en onschuldig… U bent de HEER, al wat u wilt dat doet u, doe wat U behaagt. En als ze Jona in de zee hebben gegooid en zee tot rust komt, gaan ze God loven… Ze zeggen dat God van alle goden de beste en grootste God is…

Jona gaat kopje onder in de zee; de zeelieden loven en danken God. Ze offeren tot God en doen geloften aan God. De storm is over, de zeelieden vervuld van diep ontzag. De mensen van Ninevé moeten nog even wachten, maar deze zeelieden zijn al wel tot geloof in God gekomen. En Jona….?!

17 En de HEER beschikte een grote vis om Jona op te slokken. Jona was drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis

Als Jona nog dieper afdaalt, nog dieper zinkt dan hij al was, zien we dat God hem echt niet loslaat. Ondanks Jona’s ongehoorzaamheid tegen God, ondanks Gods boosheid op Jona, laat God Jona niet los. Het is en blijft Gods verlangen is om samen met Jona op weg te gaan… En God wil dat Jona niet bang is! Niet voor God, niet voor mensen van Ninevé, niet voor het water… Want zo diep als de zee is waar Jona in werd gegooid, zo groot is Gods liefde voor jou en mij. Wat Jona denkt? Drie dagen en drie nachten in de vis? Geen idee, vanavond lezen we verder…

Wat er ook gebeurt, als het stormt, als je lijkt te verdrinken : God is er! Net als bij Jona, wil God ook samen met jou op weg. Ik denk dat het voor Jona verschrikkelijk was, maar dat hij wist dat hij niet alleen was. Ook al maken wij verschrikkelijke dingen mee : overlijdt er iemand van wie je heel veel hield, wordt je op school gepest, ben jij ziek en kan je niet alles doen wat je wil, maken ouders ruzie. God is altijd bij je, en laat je nooit los maar geeft je de ruimte om fouten te maken! God vergeeft én wijst ons de weg…

We zingen : Heer wijs mij uw weg

We zijn onderweg, samen met God : maar volgen wij God ook? God praat tegen ons door de Bijbel, door liederen, door andere mensen die van God houden. En wij? Hebben wij God lief en vertellen wij tegen anderen over Gods liefde? We horen tips van God om gelukkig te leven…niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen, zelfs je vijanden…

We lezen Matteus 5 : 43-48

De hele preek en hele dienst is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter