Samen het nieuwe jaar in!

Op zondagochtend 7 januari willen we na de dienst (start dienst 10.00 uur)
gezamenlijk het nieuwe jaar vieren!
Onder het genot van koffie met wat lekkers, een hapje en een drankje, is er de
gelegenheid om alle gemeenteleden een gelukkig en gezegend nieuwjaar te wensen.
Hiervoor zijn we op zoek naar bakkers een lekkere cake of koek willen bakken voor
bij de koffie.
Voor de kinderen willen we dit keer apart wat lekkers bij de ranja. Denk aan kleine
cup cakes, versierde koekjes etc….
Wil jij hier wel bij helpen? Stuur dan een mailtje naar marije.getkate@gmail.com
Bij veel aanmeldingen maken we een lijstje en ben jij bij de volgende gelegenheid
aan de beurt 😉
Bedankt voor de hulp!

Dominee zingt in de isoleercel van God : ‘uit de diepte roep ik tot U’ – terugblik zondagavond 3 december

Jona hoorde stemmen, hoorde God tegen hem praten, wist precies wat God van hem wilde. Maar profeet Jona gehoorzaamde niet, maar vluchtte weg bij God vandaan. Jona kon zich niet voorstellen dat zijn liefdevolle God ook een plan had voor de grote zondaars in Ninevé. Ik kan me soms / helemaal in Jona verplaatsen… Heeft God echt grote, verschrikkelijke zondaars lief?

Maar God die een plan met uw, jouw en mijn leven heeft, die laat je niet los als je bij Hem vandaan vlucht. Midden in de grootste storm van zijn leven, als het niet anders kan, belijdt Jona zijn geloof. Het riep de vraag op : wat doen wij als God tegen ons spreekt? Vluchten we dan, doen we verstoppertje of gaan we echt voor God?

Uiteindelijk jonassen zeelieden Jona overboord, nadat ze tot God hebben gebeden. Maar Jona heeft nog steeds niet gebeden. Terwijl aan dek een lofprijzingsdienst plaats vindt, zinkt Jona dieper en dieper…en zal hij toen Psalm 130 gezongen hebben? Uit de diepten roep ik U!

 We lezen met elkaar Jona 2 (NBV)
Samenzang : Psalm 32 : 1

 Ben jij wel eens doodsbang, echt helemaal in paniek geweest? Ik wel, tijdens de slipjacht/vossenjacht in Hoevelaken. (beluister het preekfragment) Ik was doodsbang en dacht : wat moet ik doen?

 Jona 2 is één grote schreeuw om hulp tot God. Jona is verlamd door doodsangst : God, doe iets! Zijn droomvlucht is een nachtmerrie geworden. Het is een traumatische ervaring voor Jona, probeer je het voor te stellen… : als profeet van God op de vlucht voor God, in de grootste storm van zijn leven overboord gejonast, In donker water gaat hij zijn verdrinkingsdood tegemoet, maar plotseling wordt hij opgeslokt door iets. Nu zit hij opgesloten in de isoleercel in de buik van een vis/zeemonster. Tegelijk ook voorlopig gered op deze manier, maar dat wist hij toen nog niet… Midden in zijn doodsangst zien we Jona in de buik van de vis. Eindelijk, nu gaat Jona bidden! In ranzige vissenbuik komt Jona tot bezinning, eindelijk tijd voor stille tijd, tijd voor God, tijd om te bidden…

 In het gebed zien we twee lijnen : hoop en wanhoop, dank en noodkreet. Jona 2 is daarom onbekend maar een belangrijk hoofdstuk, hier gebeurt het. Het verhaal vervolgt niet hoe het met de zeelieden verder ging na hun ontdekking wie God is. Dat komt wel goed, ze hebben God gevonden, God zorgt voor hen, God laat niet los waar hij aan begint… een groter probleem is die eigenwijze en ongehoorzame profeet van God, Jona, die steeds verder wegzinkt. We volgen Jona onder wateroppervlakte. Want zoals zo vaak, gebeurt het daar, gaan daar wissels om, in crisis, verborgen voor anderen. In de crisis van je leven kan je op ander spoor terecht komen. Een crisiservaring kan levensveranderend zijn, misschien wel herkenbaar…

 Intussen is er niets meer over van het eigenwijze mannetje, de profeet die beter denkt te weten dan God. Die het aandurft om bij God weg te vluchten, niet meegaat in Gods liefdevolle verlangen voor Ninevé. Jona gaat bidden, maar lijkt wel heel wat tijd nodig te hebben. 3 dagen en 3 nachten in de buik van de vis, pas toen begon hij te bidden… Eindelijk, met zeewier op zijn hoofd en in zijn doodsangst, roept, schreeuwt hij tot God. Uit de diepten roep ik tot u o God.

 Jona is niet origineel, pleegt volop plagiaat, knipt en plakt de Psalmverzen achter elkaar. Jona valt in deze crisis terug op wat hij vroeger als kind geleerd heeft. Woorden die het doen als je zelf niet meer weet wat je moet zeggen. Wat geef jij mee aan je (klein)kinderen? De nieuwste cd van K3 of christelijke liederen? Wat staat er op als je alleen of met kinderen in auto zit, thuis radio aanhebt? Wat er in gaat, komt er ooit ook weer uit als het spant in je leven… Wat heb jij meegekregen? Krijgt dat een plaats in crisismomenten? De achtergrondmuziek van jouw leven is veelzeggend als het doodstil wordt in jou, je nergens meer woorden voor hebt. Hoor je dan woorden van God, van vroeger, van dag ervoor, of nietszeggende en lege woorden, of erger: woorden van Gods tegenstander. Wat wij luisteren, zien of wat wij lezen, thuis, op school, op werk, in auto, bij vrienden… Het is zaaien waar je eens de vruchten van zal plukken, de vrucht van Gods geest, of de wrange vrucht van wanhoop en ongeloof…

 Dan verandert er iets. Op het moment dat Jona contact zoekt met God  begint het verlangen om dichter bij God te zijn terug te keren. Zodra Jona investeert in de relatie met God, verandert er iets, pas als jij je openstelt kan God binnenkomen. Prachtig, bidden, praten met God. Maar je moet dan wel eerlijk worden en dat is pijnlijk, confronterend. Je moet God recht in ogen kijken, daarom dat Jona dat eerder ook niet kon aan boord van het schip. Omdat hij ongehoorzaam was en weg was gevlucht bij God vandaan.

 De keuzes die je maakt hebben dus consequenties in je leven. Wat je zaait, zal je oogsten. God heeft zijn beloften gedaan, bij doop, bij Avondmaal, aan begin en einde van elke dienst. God heeft zijn verlangen van eeuwigheid om ons lief te hebben en nooit los te laten. Maar als jij niet wil, bij God wegvlucht, God over de rand van je leven duwt, dan kan God niet anders dan het respecteren : niet Mijn wil, maar jouw wil geschiedde… Probeer het dan maar, van God los, als zondaar. God kan je dan heel lang je gang laten gaan… Dan ontdek je vroeg of laat de gevolgen van een leven zonder God. Want wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Niet dat het dan slechter met je gaat, het kan zelfs veel mooier lijken, maar er komt een moment dat je er helemaal alleen voor staat. Vroeg of laat heb je niets en niemand meer over. Omdat als vrienden je verlaten, je niet meer bij God terecht kunt, je van hem vervreemd bent. Dan is het een heel pijnlijk en confronterend proces om weer terug te komen…(de vader en zijn zonen in Lukas 15)

 Dat kan in het groot, zoals bij Jona, bij God wegvluchten, maar ook in het klein. Door oneerlijkheid, halve waarheid, egoïsme, financieel rommelen, onverschilligheid, wegkijken… Kleine keuzes die op den duur grote gevolgen hebben. Ze stapelen zich op en gaan tussen jou en God in staan, tussen jou en medemens. Je raakt op afstand van God, omdat je niet hebt geluisterd, je eigen weg hebt gekozen. Het is voor Jona de ultieme afgang geworden. Maar nu is het zijn verlangen dat God bij hem is. Hij is al drie keer afgedaald, nu voor 4e keer afgedaald, naar de bodem van de zee. Naar het dodenrijk, zonder leven, zonder hoop.

 Herkenbaar? Dat je door de bomen het bos niet meer ziet? Gevangen in eenzaamheid, slecht zelfbeeld, verslaving, ziekte, doodsangsten, geheim, … Je wereld is ingestort: God, waar bent u?! Kunt u het wel?! Bent u wel echt sterker dan ziekte, dood, zonde?! Ik merk er niets van. Dan het kantelmoment, scharnierpunt van Bijbelboek Jona.

 Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen, naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit. Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog, o HEER, mijn God!

 Op het dieptepunt is God er wel, Jona wordt levend uit de dood omhoog getrokken. Nou, leuk voor Jona, lekker makkelijk. Maar voor mij? Wat had Jona er aan dat hij niet was verdronken maar was opgeslokt door vis en gevangen zit in buik? God redt, ja, maar hoe dan? Hoe kan ik zien dat God redt?

 Ik weet niet hoe het werkt. We lazen Filippenzen 2 : Jezus daalde ook af, vanuit hemel naar aarde. Jezus daalde dieper af dan Jona, werd niet omhoog getrokken toen dood naderde, maar daalde nog dieper af, daalde af tot in het dodenrijk. Omdat Jezus dieper ging, is Hij onder ons om ons op te vangen. Om ons op te richten, zodat we samen uit de dood kunnen opstaan en wandelen in nieuw leven, Romeinen 6. Jezus daalde af om Jona’tjes te redden. Opdat wij nimmermeer van Hem verlaten worden.

 Dat geloven wij, terwijl het nog niet zichtbaar is. Zoals Jona ook dankt in de buik van de vis, niet toen hij veilig en wel op strand stond. Geloven is niet zien, maar toch vertrouwen, zeker weten, hopen, uitkijken naar wat komen gaat. Dat de wissel is omgezet, de dood is overwonnen, je bent gered, ook al zit je nog in de buik van de vis.

 Jona moet nog veel leren. Kijk maar hoe hij verder bidt : Zij die armzalige afgoden vereren, verlaten u, trouwe God. Maar ik zal mijn stem in dank verheffen en u offers brengen; mijn geloften los ik in. Het is de HEER die redt!’

Hilarisch, wat een eigendunk. Want Jona, die zeelieden hebben hun offers al gebracht, hebben God al gedankt. Want Jona, toen jij nog dieper wegzonk in je vluchten voor God, hielden zij kerkdienst aan dek. De profeet Jona moet nog heel veel leren. Nee, in Gods ogen zijn we niet snel uitgeleerd. Zeelieden, heidenen, kwamen er veel eerder achter, dan Gods profeet Jona, wie God werkelijk is. Profeet Jona moest veel dieper zinken, helemaal terug naar af, om terug bij God te zijn. Dat maakt bescheiden, vele laatsten zullen eersten zijn, kinderen gaan ons voor in het puur geloof. En tegelijk ook verwachtingsvol, met deze God in ons leven, is ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Geloven is dus niet voor saaie en burgerlijke mensen, maar mensen die het aandurven God te gehoorzamen. God die niet loslaat, maar er alles aan doet en er alles voor over had, zijn eniggeboren Zoon, om ons te redden en weer op juiste weg te zetten.  Van onze eigen gekozen dwaalwegen op de weg ten leven, die leidt naar het vaderhart van God. God die ons onze dwalingen niet aanrekent, maar als wij onze zonden belijden onze schuld verzoent. Dan zullen we onze weg lichtvoetig gaan, want God gaat ons voor, Hij maakt voor ons ruim baan.

 De hele preek en hele dienst is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 

Dominee op de vlucht voor God, op eigen verzoek in zee gejonast – terugblik zondagmorgen 3 december

Heb jij wel eens iets niet gedaan, wat je wel gevraagd was? Waarom deed je het niet?

1Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai….

Zou jij dat wel eens willen? Dat God gewoon iets tegen je zou zeggen? Een stem uit de hemel? Zou Jona er blij mee zijn?

De komende weken gaan we op weg naar Kerst met Jona, maar wie is Jona? Jona is een profeet, iemand die besloten heeft om altijd naar God te luisteren, te doen wat God van hem vraagt. Hij is een soort dominee, zeker geen half-half christen, die wel in ‘iets’ gelooft, maar iemand die er voor gaat. ‘God u roept mij, ik ga u dienen, helpen om het volk Israël dicht bij u te houden, leren Gods wil te doen…’ Tegen volk Israël was zijn boodschap : ‘als je God niet gehoorzaamt, dan komen de vijanden…’ Jona kende God dus ook heel goed, had een intieme relatie met God, leefde heel dicht bij God. Jona was dus ook iemand waar God rechtstreeks tegen sprak. Maar God praat nog elke dag tegen ons als je hem wil dienen, als we in de Bijbel lezen… Spannende vraag : horen wij Gods stem nog? Herkennen wij de stem van onze hemelse Vader?

We lezen met elkaar Jona 1:1-2:1 (NBV)

1 Het woord van de HEERE kwam tot Jona, de zoon van Amitthai: 2 Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht.

Ninevé, zou dat een leuke plaats zijn waar Jona naar toe moet? Nee, het is een verschrikkelijke plek, slechter dan slecht, ten hemel schreiend, letterlijk levensgevaarlijk! De opdracht aan Jona is : ‘ga daar preken want hun kwaad is opstegen voor mijn aangezicht.’ Maar waarom moet Jona voor God naar Ninevé? Hij is toch profeet om het volk van Israël dichtbij God  te houden waardoor de vijanden van Israël wegblijven? En nu moet Jona niet naar het volk van Israël, maar naar de grootste vijanden van Israël…waarom?!

Zoals nu een dominee zou gaan naar de wreedaards van IS, zou je die financieel steunen, zijn nieuwsbrief lezen? Omdat God iedereen lief heeft en het Gods verlangen is dat iedereen God lief heeft, alle volken Hem loven, alle natiën Hem prijzen Dat is Gods verlangen, dat iedereen Hem leert kennen, of je nu wel of niet ‘netjes’ leeft… En als knecht van God gehoorzaamt Jona meteen en gaat naar Ninevé, toch?! Ja, en Jona maakte zich gereed om naar Ninevé te gaan, toch?

3 Maar Jona stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEER. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEER.

 Wat gebeurt er? Jona staat op, maar vlucht de andere kant op, weg van het aangezicht van de HEER. Jona daalt af, kiest er voor om de diepte in te gaan… Waarom luistert Jona niet? Is het toch niet zo fijn als God tegen je gaat praten? Blijkbaar niet of niet altijd…  Jona hoort Gods stem, maar is er helemaal niet blij mee. Jona vlucht weg, weg van God vandaan… Jona kon zich niet voorstellen dat zijn liefdevolle God ook een plan had voor deze grote zondaars. En wij, waren wij wel naar Ninevé gegaan? Of begrijpen we Jona wel? Het moet wel leuk blijven… God ziet alles, maar reageert anders dan wij mensen… Maar wat nu? Het plan van God over en uit?

4 Maar de HEER wierp een hevige wind op de zee; er ontstond een zware storm op de zee, zodat het schip dreigde te breken.

Dan is God weer aan zet. Jona vlucht weg, bij God vandaan. Maar God laat Jona niet los in zijn vlucht, maar wil hem een les leren. Hij gaat Jona’s vluchtplan in de war schoppen. God die een plan met uw, jouw en mijn leven heeft, die laat je niet los als je bij Hem vandaan vlucht. Of denk je echt dat God die een plan met jouw leven heeft jou loslaat als jij bij Hem vandaan vlucht? God die ons leven leidt, die niet loslaat het werk dat zijn handen ooit begon, laat ons nooit los. Er komt een stevige storm en dan zingen wij natuurlijk : je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer… Niet bang zijn?! Heb je wel eens storm meegemaakt? En op zee? Bang? De zeelieden die echt wel wat gewend zijn, zijn doodsbang!

5 Toen werden de zeelieden bevreesd en zij riepen, ieder tot zijn god. Zij wierpen de lading die in het schip was, in de zee om het daardoor lichter te maken.

De zeelieden zijn doodsbang, ze denken dat de storm een straf is van boze geesten. Maar wij weten dat het God is die Jona een les wil leren. Soms heeft God een storm nodig om ons weer op het goede pad te krijgen… Maar waar is Jona eigenlijk? Terwijl de zeelieden de lading in zee gooien, alles waar ze geld mee konden verdienen kwijtraken, is Jona nergens te zien…

 Maar Jona was afgedaald in het ruim van het schip, was gaan liggen en was in een diepe slaap gevallen. 6 De kapitein kwam bij hem en zei tegen hem: Hoe kunt u zo diep in slaap zijn! Sta op, roep uw God aan! Misschien zal die God aan ons denken, zodat wij niet vergaan!

Jona lag te slapen, was nog dieper afgedaald…dat lezen we voor de 3e keer. En als Jona wordt wakker gemaakt en al die bange zeemannen ziet, wat doet hij dan? Gaat hij ook bidden? Nee, als je weet dat je iets doet wat God niet wil, dan is bidden onmogelijk. Want dan kan je niet meer bidden : uw wil geschiedde, zoals in de hemel, zo ook op aarde…. Daarom gaat Jona niet bidden, terwijl hij een profeet, een dienaar van God is, terwijl anderen die niet in de God van Jona geloven hem aansporen wel te bidden, toch niet bidden… Gaat Jona vertellen wat er aan de hand is? Nee, Jona hoopt dat alles nog goed of met een sisser afloopt…

7 Daarop zeiden de mannen tegen elkaar: Kom, laten wij het lot werpen, zodat wij weten door wie dit onheil ons overkomt. Zij wierpen het lot, en het lot viel op Jona. 8 Toen zeiden zij tegen hem: Vertel ons toch door wie dit onheil ons overkomt. Wat is uw werk en waar komt u vandaan? Wat is uw land en van welk volk bent u? 9 Hij zei tegen hen: Ik ben een Hebreeër en ik vrees de HEER, de God van de hemel, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

Dan, als het niet anders kan, als het lot uit loterij hem heeft aangewezen als de schuldige, vertelt Jona wat er aan de hand is. Pas als het niet anders kan, belijdt Jona zijn geloof in God. Ik vereer de HEER, God van de hemel, die zee en land gemaakt heeft. Jona doet midden in de grootste storm van zijn leven geloofsbelijdenis…

Hoe zit het met ons als God tegen ons spreekt?! Gaan wij dan echt voor God? Wat antwoorden wij als ons gevraagd wordt naar wie we zijn, wat we geloven, waar we bij horen? Getuigen wij dan altijd van de hoop die in ons is? Waarom wachten wij vaak pas tot ons geloof te belijden als het water ons tot de lippen reikt? Waar komt die weerstand in ons leven vandaan dat we niet dag aan dag Jezus volgen? Hoe komt het dat het ons zwaar valt om werkelijk al onze tijd, energie, geld in Gods dienst te stellen? Gods verlangen is dat wij niet vluchten, maar volgen… Dat we stoppen met verstoppertje spelen voor God, maar in zijn dienst gaan leven…leven als Jezus… En dat we het gewoon zeggen als er naar gevraagd wordt : ik vereer de HEER! Ik wil zo leven dat ik ga beantwoorden aan het doel waarvoor God mij op deze aarde gezet heeft! En mijn God verlangt er naar dat ook jij Hem leert kennen. Dat we allemaal tot onze bestemming komen zoals God het bedoeld heeft. Hem te erkennen als Schepper van hemel en aarde, Schepper van uw, jouw en mijn leven, als Vader van iedereen die door het geloof in Christus tot kind is aangenomen.

10 Toen werden de mannen zeer bevreesd, en ze zeiden tegen hem: Hoe hebt u dit kunnen doen? De mannen wisten namelijk dat hij op de vlucht was, weg van het aangezicht van de HEERE, want hij had het hun verteld. 11 Zij zeiden dan tegen hem: Wat moeten wij met u doen, zodat de zee ons met rust laat? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger. 12 Daarop zei hij tegen hen: Pak mij op en werp mij in de zee; dan zal de zee u met rust laten, want ik weet dat deze zware storm u omwille van mij overkomt.

De mannen worden doodsbang : hoe heb je dat kunnen doen? Wat moeten we met je doen?

Maar Jona niet, hij lijkt heel rustig : 3x scheepsrecht, voor 3e keer lezen we : weg van het aangezicht van HEER. Misschien omdat hij ook al in hij ongehoorzaam geweest en voor God gevlucht toch op God vertrouwt?

13 De mannen roeiden echter om het schip terug te brengen naar het droge. Maar zij konden het niet, want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.14 Toen riepen zij de HEER aan en zeiden: Och HEER, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man! Leg geen onschuldig bloed op ons! Want U, HEER, doet zoals het U behaagd heeft. 15 Daarop pakten zij Jona op en wierpen hem in de zee. En de woedende zee kwam tot bedaren. 16Toen werden de mannen zeer bevreesd voor de HEER; zij brachten de HEER een slachtoffer en legden geloften af

Voordat ze met Jona gaan jonassen, bidden de mannen tot God. Laat ons toch niet vergaan als we het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft, onschuldig bloed op ons komt. Nou, Jona en onschuldig… U bent de HEER, al wat u wilt dat doet u, doe wat U behaagt. En als ze Jona in de zee hebben gegooid en zee tot rust komt, gaan ze God loven… Ze zeggen dat God van alle goden de beste en grootste God is…

Jona gaat kopje onder in de zee; de zeelieden loven en danken God. Ze offeren tot God en doen geloften aan God. De storm is over, de zeelieden vervuld van diep ontzag. De mensen van Ninevé moeten nog even wachten, maar deze zeelieden zijn al wel tot geloof in God gekomen. En Jona….?!

17 En de HEER beschikte een grote vis om Jona op te slokken. Jona was drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis

Als Jona nog dieper afdaalt, nog dieper zinkt dan hij al was, zien we dat God hem echt niet loslaat. Ondanks Jona’s ongehoorzaamheid tegen God, ondanks Gods boosheid op Jona, laat God Jona niet los. Het is en blijft Gods verlangen is om samen met Jona op weg te gaan… En God wil dat Jona niet bang is! Niet voor God, niet voor mensen van Ninevé, niet voor het water… Want zo diep als de zee is waar Jona in werd gegooid, zo groot is Gods liefde voor jou en mij. Wat Jona denkt? Drie dagen en drie nachten in de vis? Geen idee, vanavond lezen we verder…

Wat er ook gebeurt, als het stormt, als je lijkt te verdrinken : God is er! Net als bij Jona, wil God ook samen met jou op weg. Ik denk dat het voor Jona verschrikkelijk was, maar dat hij wist dat hij niet alleen was. Ook al maken wij verschrikkelijke dingen mee : overlijdt er iemand van wie je heel veel hield, wordt je op school gepest, ben jij ziek en kan je niet alles doen wat je wil, maken ouders ruzie. God is altijd bij je, en laat je nooit los maar geeft je de ruimte om fouten te maken! God vergeeft én wijst ons de weg…

We zingen : Heer wijs mij uw weg

We zijn onderweg, samen met God : maar volgen wij God ook? God praat tegen ons door de Bijbel, door liederen, door andere mensen die van God houden. En wij? Hebben wij God lief en vertellen wij tegen anderen over Gods liefde? We horen tips van God om gelukkig te leven…niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen, zelfs je vijanden…

We lezen Matteus 5 : 43-48

De hele preek en hele dienst is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 

Vooruitblik zondagmorgen 3 december

Dominee op de vlucht voor God, op eigen verzoek in zee gejonast – vooruitblik zondagmorgen

Heb jij wel eens iets niet gedaan, wat je wel gevraagd was? Waarom deed je het niet? Heb jij wel eens Gods stem gehoord? Zo ja, wat heb je daarmee gedaan? Zo nee, zou je dat wel eens willen? Een stem uit de hemel…van God, die zegt wat je moet doen…

Zondagmorgen maken we kennis met ‘dominee Jona’, een profeet van God in Israël. Jona is een profeet, iemand die besloten heeft om altijd naar God te luisteren, te doen wat God van hem vraagt. Een profeet is een soort dominee, zeker geen half-half christen, die wel in ‘iets’ gelooft. Jona is iemand die er helemaal voor gaat! God u roept mij, ik ga u dienen, ik ga u helpen om het volk Israël dicht bij u te houden, te leren Gods wil te doen… Tegen het volk Israël was zijn boodschap : als je God niet gehoorzaamt, dan komen de vijanden… Jona kende God dus ook heel goed, had een intieme relatie met God, leefde heel dicht bij God. Jona was dus ook iemand waar God rechtstreeks tegen sprak. Maar dan krijgt Jona een andere taakomschrijving en daar is hij het niet mee eens. En hij besluit te vluchten, weg bij God vandaan. Maar wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. En dan zakt Jona alleen maar dieper in de problemen. We lezen zondagmorgen met elkaar Jona 1.

Het Bijbelboek Jona over de profeet Jona is een kort, krachtig, maar ook bizar (en soms hilarisch) verhaal. De komende vier weken lezen we het met elkaar, parallel aan het Adventsproject van de Kindernevendienst. Elke zondag steekt een kind een Adventskaars aan, er schijnt een filmpje vertoond te worden en we zingen het projectlied. Alle kinderen zijn de komende vier weken meer dan van harte welkom in de kerk én de kindernevendienst. Voor de allerkleinsten is er crèche in de kelder van Ons Centrum.

Iedereen is van harte welkom om 9.30u in de Gereformeerde Kerk van Enter! Ook na de morgendienst als de kampfilm van Jodai wordt vertoond in Ons Centrum.
Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter

#app #gereformeerdekerkenter

vooruitblik zondagavond 3 december

Dominee zingt in de isoleercel van God : ‘uit de diepte roep ik tot U’ – vooruitblik zondagavond

Jona hoorde stemmen, hoorde God tegen hem praten, wist precies wat God van hem wilde. Maar Jona gehoorzaamde niet, maar vluchtte weg bij God vandaan. En het slot van het liedje was dat hij in zee gejonast werd. Hoe dat zo kwam? Jona kon zich niet voorstellen dat zijn liefdevolle God ook een plan had voor de grote zondaars in Ninevé. En als je daar over nadenkt, dan kan je soms best Jona begrijpen. Echte, grote zondaars, heeft God die lief? Moeten wij die ook lief hebben?

 Als dominee Jona in de isoleercel van God is opgesloten, drie dagen en drie nachten in de buik van de vis, rond wordt gezwommen, gaat Jona eindelijk bidden. Zijn droomvlucht is een nachtmerrie geworden. In de ranzige vissenbuik komt Jona tot bezinning, heeft hij eindelijk  tijd voor stille tijd, tijd voor God, tijd om te bidden… En hij zingt een lied. Met zeewier op zijn hoofd en in zijn doodsangst, roept, schreeuwt hij tot God : uit de diepte roep ik tot U! Jona is niet origineel, pleegt volop plagiaat, knipt en plakt de Psalmverzen achter elkaar. Jona valt in deze crisis terug op wat hij vroeger als kind geleerd heeft.

 Jona zingt zijn eigen lied, wat we lezen in Jona 2, His Masters Voices zingt ook prachtige liederen. Een aantal daarvan zullen we zondagavond horen. Liederen van Advent, van verwachting, van redding. Over Jezus die ook in de diepte afdaalde, vanuit de hemel naar de aarde afdaalde, om eigenwijze Jona’tjes zoals wij te redden…

 Denk thuis alvast eens na : ben jij wel eens doodsbang, echt helemaal in paniek geweest?

Ik wel, en dat heeft alles te maken met een dramatisch, bijna traumatische ervaring tijdens de Slipjacht in Hoevelaken, jaren geleden. En wat de nieuwste cd van K3 met J2 te maken heeft?

Van harte welkom zondagavond om 19.00u in de Gereformeerde Kerk te Enter.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 

Soap Jozef – De Ontknoping – terugblik zondagavond 26 november

Als hele schokkende dingen in de media verschijnen, dan heeft bijna iedereen zijn/haar oordeel klaar. Dat liegt er vaak niet om! Soms is het niet eens echt schokkend, maar vooral heel vervreemdend. Dan rijst de vraag : Hoe bekijk/lees je het? Geef je de ander werkelijk een kans? En, mag God zoals Hij werkelijk is, met jou zijn, met zijn wijsheid? Geef je God werkelijk een kans?

Na de dood van vader Jakob blijken de broers hardleers, heel angstig, blijven ze hangen in vroeger: Jozef haat ons, wil zich wreken, kwaad voor kwaad vergelden. Ze gaan van zichzelf uit: we hebben ze een beetje leren kennen…Aan slot van verhaal van Jozef, kunnen we de balans opmaken…

In de preek benoem ik uitgebreid doorbroken patronen, nieuwe patronen en niet doorbroken patronen. Hieronder een korte opsomming.

Doorbroken patronen:

– Seksuele uitspattingen van broers (Ruben&Bilha, Juda&Thamar) en verdere familie

– Het haten (bij dromen Jozef) en moorden van broers (Simeon&Levi bij Dina&Sichem)

– Harteloosheid broers (Juda bij Tamar, verkoop Jozef)

– Liegen, bedriegen, kwaadspreken (Jozef als tiener)

– Verzwijgen van de waarheid, maskers op, bij vader en vrouwen/zussen

– Negeren van betekenis dromen, uiteindelijk negeren van God

– Benjamin wordt niet opgeofferd, Jozef eerder wel

– Passiviteit : wel honger, niet om eten gaan

– Negatief over God denken en spreken: straf, dood, slaven

– Niet met elkaar kunnen spreken

– Jakob die zich weigerde te laten troosten en bleef rouwen

– Vervelende Jozef die later betrouwbaar, verantwoordelijk en gelovig is

– In vrede sterven i.p.v. verbitterd/ontroostbaar

– Menselijke dromen/gedachten worden opengebroken door Gods dromen en gedachten.

– God zet geen ‘.’ maar een ‘,’

Nieuwe patronen:

– In vrede verder gaan als je leugenvrij leeft

– Jozef vergeldt geen kwaad voor goed, maar goed voor kwaad

– Jozef wreekt zich niet, terwijl broers hem eerder wel wilden doden.

– Iets waar je vroeger om werd gehaat, je onuitstaanbaar mee hebt gemaakt, kan later tot zegen zijn voor jezelf en voor de ander die je eerst haatte.

– Niet alleen Ruben, zoals bij verkoop Jozef, maar iedereen verscheurt kleren als Benjamin dreigt slaaf te worden.

– Karakters kunnen veranderen

– Anderen worden gezegend vanwege jou

– Na alles volgt verzoening: dichtbij elkaar komen, praten

– Iedereen rouwt om Jakob, waar eerst Juda weinig verdriet had om vrouw en Jakob alleen om Jozef

– HEER was met Jozef

– Mensen vergeten je, maar God niet

– Iedereen moet kiezen als je kinderen krijgt: naamgeving

– Geen tolk nodig om te communiceren, direct communicatie

– Anderen zien in jou Gods Geest

– God kent uiteindelijk geen nachtmerries als Hij erbij mag zijn

– Wie niet waagt, wie niet wint: niet zomaar opgeven, risico’s lopen zoals Jakob Benjamin meegeeft.

– Zonder liegen en bedriegen zegent Jakob jongste/zwakste meer dan oudste/sterkste

Niet doorbroken patronen:

– Vreemdelingenhaat (die Hebreeër, Exodus)

– God en overvloed, als je zijn gerechtigheid maar zoekt

– God die trouw is, vol genade is, vol gein zit

– God leidt alles, eind goed, al  goed

Jozef neemt geen wraak, maar herhaalt woorden van vergeving, verzoening : bizar! Verantwoordelijkheid nemen voor het effect van foutgedrag en de consequenties daarvan, zelfs als het allemaal echt de verantwoordelijkheid van de ander is. Weigeren dat het foutgedrag het effect heeft wat het logischerwijs zou hebben. Jozef ontneemt zijn broers hun verantwoordelijkheid voor zijn verkoop naar en tijd in Egypte. Het is God. Jozef wil geen wraak nemen, niet doden, niet tot slaaf maken, maar vraagt dichterbij te komen, laat ze leven. Dat is niet logisch, maar Jozef weigert te laten gebeuren wat logischerwijs op dit foutgedrag zou volgen: wraak!

Berouw is geen voorwaarde.
Jozef gaat dieper: hadden broers werkelijk door wat ze hadden gedaan? Hadden ze echt berouw? Gingen ze naar Egypte om Jozef op te zoeken, het goed te maken, of gingen ze naar Egypte uit hongersnood? We lezen dat ze doodsbang zijn voor Jozef als Jakob is gestorven. Bang voor hun toekomst, hun leven. Wat als Jozef gaat doen met ons, zoals wij hebben gedaan met hem? Maar ondanks alles, vraagt Jozef niet om berouw. Niet bij zijn bekendmaking, nu ook niet als Jakob is overleden. Berouw is voor Jozef geen noodzakelijke voorwaarde voor vergeving, Jozef vergeeft los van omstandigheden, na jaren waarin hij heel veel geleerd heeft van God, met vallen en opstaan. Jozef wist dat hij het effect van hun foutgedrag van hun moest dragen: een groot deel van zijn leven alleen in Egypte, deel daarvan als slaaf, in de gevangenis. Net zoals die vader uit Lukas 15 wist dat zijn vermogen werd verkwist door die jongste zoon, hij wist dat hij thuiskwam om te eten, niet uit berouw, maar hij hem  toch vergeeft en leven geeft. Bij vergeving worden geen voorwaarden gesteld… Niet: voor wat, hoort wat. Je krijgt vergeving om niets, omdat alles al is volbracht. Jezus’ dood was de voorwaarde voor God om u, jou en mij te vergeven. Berouw komt later, wordt ook dieper en intenser als je de verzoening gaat begrijpen. Voordat ik iets deed, was alles al oké: beloofd bij doop, uitgebeeld in Avondmaal: overvloed van genade. Genade, mercy (niet krijgen, wat je wel verdiend hebt, straf) grace (wel krijgen, wat je niet verdiend hebt, leven) Genade is geinig : doet je verwonderd glimlachen.

De ander vergeven
Een christen kan dus ook vergeven zonder dat ander berouw toont. Je kan het dan loslaten, aan God overlaten, het leven leven zoals God het bedoeld heeft. Maar pas op: vergeving is een proces, heeft tijd nodig. Alles en iedereen vergeven is heel christelijk, maar kan niet afgedwongen worden. Daardoor is er teveel kapot gemaakt, daarvoor is er teveel gebeurd: nu moet je maar vergeven…. We zijn mensen met tekorten en gebreken. Jozef moest een lange weg gaan, voordat hij werkelijk zijn broers kon vergeven, verzoening mogelijk was. Maar de vraag blijft : verlang je er naar? Dat het weer goed komt met je ouders, kinderen, broer, zus, vriend van vroeger, buren?! Of hebben we ons te gemakkelijk neergelegd bij het niet vergeven, zijn we er aan gewend? Stappen we er veels te snel over heen wat er allemaal gebeurd?  Voelen we ons er stiekem prettig bij? Dan is dit verhaal voor ons een appèl, spiegel.

Gods leiding en onze eigen verantwoordelijkheid
Misschien dat we eerder nog konden denken dat Jozef zijn broers hard aanpakte, toen hij ze testte, met die beker, met Benjamin, ze in vrede te laten gaan naar hun vader zonder Benjamin. Maar hier zeker niet! Zij deden bewust kwaad, maar God deed anders met het oog op Jakobs familie. Dat betekent niet dat God bedacht wat broers moesten doen, zodat ze niet anders konden. Broers, maar ook wij, zijn verantwoordelijk voor ons leven, de keuzes, we zijn geen robotten. Maar de leiding van God waar Jozef over heeft, is illustrerend hoe God negatief menselijke intenties en gedrag kan veranderen in iets met positief effect. Het gevolg na Jozefs dromen is niet Gods schuld, maar God is niet uitgeschakeld als mensen anders kiezen. Herkennen we misschien wel als God redt uit onmogelijkheden.  Dat als je na jaren nog eens terugkijkt, je alleen maar kan concluderen dat God het was… Jozef stelt het heel zwart-wit: door iets kwaads hem aangedaan, deed God iets goeds voor anderen. Dat hoeven wij niet op anderen te projecteren, maar kunnen we voor ons zelf misschien wel herkennen.

Tot zover Jozef, nu de meerdere Jozef : overtreffende trap is Jezus, met universele betekenis. Jozef kon alleen toen, voor zijn familie in Kanaän van betekenis, Jezus wil altijd, voor iedereen op de hele wereld van betekenis zijn… Het slechtste van de mens, de zoon van God kruisigen, werd omgedraaid tot wereldreddende actie. Dat betekent niet dat we maar wat aan kunnen rommelen, God doet het niet altijd, maar God kan het zo doen en we leven toe naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar God zal zijn alles en in allen.

Jezus, de meerdere Jozef, die ons het ultieme voorbeeld heeft gegeven door zijn vijanden te vergeven. Hij heeft ons de opdracht gegeven en zijn Geest ons gegeven, meer dan slechts een voorbeeld. Ook nu nog wil Hij u de kracht, de moed, de wil geven om in situaties van haat en nijd, onverschilligheid, verzoening tot stand te brengen. Ook nu nog wil Hij u het lef, de hoop, het geloof en de liefde geven om open te staan voor de mogelijkheid dat mensen veranderen. Voor Jozef was het geheim dat de HEER met hem was. In het Nieuwe Testament is veel gezegd over wat in het leven van Jozef en zijn familie misging. En ook hoe het goed zal komen. We lazen een gedeelte uit Filippenzen 2. Met deze woorden van Jozef, van Jezus, gaan we op weg, de weg van schijnbare onmogelijkheden, daarom bidden we zingend ‘Heer wijs mij uw weg’!

De hele preek en hele dienst is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter 

Herder Jakobs dood en begrafenis – terugblik zondagmorgen 26 november

In de Hebreeënbrief lezen we : let op het levenseinde van de mensen die jullie zijn voorgegaan (13:7) Aan hun einde kun je namelijk zien hoe ze, na alles wat ze hebben meegemaakt,  wachten op hun sterven. Daarom, voordat we de namen noemen van de gemeenteleden die in het afgelopen kerkelijk jaar zijn ontslapen, kijken we naar het sterven en de begrafenis van aartsvader Jacob, zoals we dat lezen in Genesis 49:29 – 50:14.

 Ik word met mijn volk/voorgeslacht/voorouders verenigd. Jakob kent zijn tijd, nadat hij nog 17 jaar met Jozef heeft geleefd, die 17 was toen hij vertrok. Toen hij begon te beseffen dat Jozef leefde, leefde hij helemaal op. Was hij daadkrachtig en voortvarend. Als Jakob bij farao is, komt hij nogal negatief over, beschrijft zijn leven als niets dan ellende (Gen.47:9). Ik hoop dat ik aan het einde van mijn leven iets anders zal zeggen. Want je zou denken, zo erg was het ook weer niet, toch blijft bij Jakob het glas half leeg. Maar ja, anderen weten dat altijd beter… Laten we daar niet te snel een waardeoordeel over hebben, niet te snel iemand veroordelen. Als je ouders, opa/oma niet de meeste gezellige persoon is : besef wat ze hebben meegemaakt… Oorlogen, crises, verlies, dat gaat niet in je koude kleren zitten, hoe goed je het nu ook mag hebben.

Je tijd kennen…en onder ogen zien wat er dan gaat gebeuren…dat je onherroepelijk gaat sterven. Want als het jaren later zover is, als Jakob aanvoelt dat het niet lang meer zal duren, dan is Jacob er weer helemaal. Hij verzwijgt niet dat hij zijn heil van God verwacht. En hij wil dat zijn zoons meegeven en hij laat ze allemaal komen om afscheid te nemen. De zonen worden gezegend, met woorden van onvoorstelbare helderheid en eerlijkheid. Dat zie je vaker, dat mensen op hun sterfbed meer mens worden, milder worden, heel wijs en eerlijk zijn. Jakob heeft zichzelf beter leren kennen. Deze dwarse schaapherder die met God en mensen worstelde, die uit angst bedroog en stal, die ontevreden was met zijn lot, die door God er telkens weer bij gesleept moest worden omdat hij uit eigen wil vaak niet wilde, lastiger dan zijn voorvaderen. De begrafenis wordt geregeld in het beloofde land en zo is het later ook uitgevoerd.

 Legde zijn voeten bij elkaar op bed en gaf de geest/blies de laatste adem uit. Vredig i.p.v. verbitterd/verdrietig (zoals in 37:35, 42:38, 44:29,31) sterft hij. Jakob kon sterven omdat hij wist dat Jozef leefde. Ook omdat hij meer die mens geworden is zoals God voor ogen had. Ruimte gaf aan Gods geest…

Hij werd verenigd met zijn volk/voorgeslacht/voorouders. Wat gebeurde er toen?

God schiep de mens in het begin uit de aardbodem/stof en blies daarna de mens Zijn geest in. ‘We zijn uit stof aan het licht gekomen en leven slechts op de adem van zijn stem’ (Ps.103). En vroeg of laat, daal je neer in het dodenrijk, wordt je verenigd met je voorouders/voorgeslacht. En dan? Dood is dood? We weten het niet… Maar het is geen leeg niets waar Jakob heen gaat, we kunnen wel stippellijntjes trekken. Jakob stierf in vrede. Hij gaf de geest, terug aan God. Hij blies zijn laatste adem uit, nadat bij de eerste mens er ook geblazen was. De laatste adem, de geest, keert terug tot God die de mens ook gemaakt heeft. Stoft wordt stof, het lichaam wordt begraven, keert terug tot de aarde, wordt weer het oorspronkelijke materiaal waarvan God de mens maakte in het begin. Daarom heeft begraven een extra symboliek boven cremeren. Als we begraven geven we het lichaam terug aan God, vertrouwen we het toe aan de schoot der aarde, zaaien we in de dodenakker.

Dan ga je naar je voorouders, daal je af in het dodenrijk, de sheool, hades. Sheool/hades hebben allebei de betekenis in zich van onzekerheid, twijfel, opgehouden te bestaan. Een slapen, rusten, een niet langer waarneembaarheid, maar als hier God met je was, dan daar ook.

 Voor nu: Jakob is ontslapen, beginnen te slapen, rust daar tot de jongste dag. In de lijn van het Jozef-verhaal: als God met je is, dan is die slaap een mooie droom, geen nachtmerrie. Dan ben je bij God en God is bij jou, maar je bent in afwachting van iets nog veel mooiers. Dan is er heel veel anders, maar één ding niet, als je nu met God was, en God met jou, dan daar ook. Zoals je later niet gelukkig kunt zijn zonder God, zo kan je nu niet echt werkelijk gelukkig zijn zonder God.

 Jozef is intens verdrietig, na het bewogen leven van zijn vader en van hem. Dan wordt alles in het werk gezet om een koninklijke begrafenis te organiseren. De Egyptenaren doen mee na de dood van de vader van hun redder. Het is allemaal heel indrukwekkend, maar wel de begrafenis van een hielelichter, directeur van de Firma “List & Bedrog”. Jakob was geen gemakkelijke man, met lievelingsvrouw en lievelingskindjes. Die niets durfde te doen toen zijn dochter Dina werd verkracht. Die zijn zonen verweet dat ze hem een slechte naam bezorgden toen Simeon en Levi met behulp van andere broers de mannen van dorpje Sichem vermoorden en de rest buit maakte. Die het liet gebeuren dat zoon Ruben met zijn bijvrouw het bed deelde. Aan het einde van zijn leven komt Jakob nog terug op Ruben, Simeon en Levi tijdens het afscheid nemen. Jakob die vaak vooral aan zichzelf dacht, zijn eigen plezier. Het zou je vader maar zijn geweest…die je moet begraven…laatste eer bewijzen. Jakob, met heel veel misstappen, maar wel een mens waar God van hield. Die uiteindelijk toch ontdekt wie God voor hem wil zijn…

 De camera’s draaien : En wij?! Is God met ons? Dat heeft hij beloofd bij je doop, dat hij als een vader/moeder voor je wil zijn. Elke keer mag ik het aan het begin van dienst namens Hem u toezeggen, God laat niet los waar Hij eenmaal mee begonnen is. Maar hij respecteert wel uw, jouw keuzes om je uit zijn liefde te ontworstelen. Jakob had ook met God geworsteld, maar uiteindelijk gezegd: ik laat u niet los, tenzij u mij zegent! Je mag met God worstelen, hem voor alles uitmaken wat mooi en lelijk is, daar staat de Bijbel vol van. Maar er komt een punt dat je de balans opmaakt. Is je leven een droom omdat God met je is of een nachtmerrie omdat je God er buiten houdt?

 Kan je op korte termijn sterven? Laat je dan je vrouw/man en kinderen goed achter? Praten jullie daar wel eens over? Hoe je dan dingen moet doen? Met het bedrijf, de kinderen?

 Hebben wij wat te zeggen als we gaan sterven, iets te delen aan geestelijke erfenis, om door te geven? Kunt u gevoelens verwoorden, zeggen of opschrijven? Een brief voor je geliefden om nog eens te verwoorden hoe lief ze je waren, dat je ze echt vergeven hebt? Herinneringen delen? Hoe wilt u dat uw kinderen en anderen u later herinneren? En hoe denkt u dat u nu herinnert zult worden door mensen die goed of minder goed kennen? Kan je op je sterfbed zingen:  Welzalig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft, die zijn verwachting stelt op de HEER, zijn God! Herder Jakob, die wist : de HEER is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. Jakob kon zo in vrede sterven, omdat hij wist dat Jozef leefde. Wij mogen ook in vrede sterven, omdat we weten : Jezus leeft, Hij heeft de dood overwonnen. Jezus die zei : Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.’

De hele preek en hele dienst inclusief herdenken van de overleden gemeenteleden is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.

predikant Gereformeerde Kerk Enter 

Herder Jakobs dood en begrafenis / Soap Jozef : de Ontknoping

Zondag lezen we het Bijbelboek Genesis uit.

’s Morgens lezen we over Jakobs afscheid, sterven en begrafenis. Jakob die wordt verenigd met zijn voorgeslacht… Jakob was geen gemakkelijke man, het zal je vader maar geweest zijn, die je moet begraven, de laatste eer moet bewijzen… Maar wel een mens waar God van hield, die in vrede kon sterven. En jij? Kan jij in vrede sterven?

In deze dienst noemen we ook de namen van twaalf gemeenteleden die in het afgelopen kerkelijke jaar zijn overleden.

’s Avonds lezen we over de broers die na de dood van vader Jakob bang zijn voor Jozef. Zal Jozef ze niet alsnog alles betaald zetten? We zullen zien welke patronen van de familie zijn doorbroken, welke in stand zijn gehouden en welke nieuwe patronen er zijn ontstaan. En we ontmoeten de ‘meerdere Jozef’, die niet alleen toen, voor zijn familie in Kanaän van betekenis was, maar die altijd, voor iedereen op de hele wereld van betekenis wil zijn…

Welkom bij de ontknoping van de soap Jozef.

 Iedereen is van harte welkom in beide diensten!

’s Morgens is er crèche voor de allerkleinsten en kindernevendienst voor de kinderen van de basisschool. Na de dienst is er in Ons Centrum koffie voor de families van de overledenen en voor iedereen die zich verbonden weten met de overledenen.

Het lied ‘Mijn Herder’ beluisteren we zondagmorgen na de preek over herder Jakobs afscheid, sterven en begrafenis.

Jozef : hervormer of dictator?! – terugblik zondagmorgen 12 november

Genesis 47 is een bizar verhaal, met op het eerste gezicht een bedenkelijke rol van Jozef, of niet? De invoering van de slavernij, een belastingtarief van 20% en een bizar vreemdelingenbeleid… Maar laten we er nog eens wat preciezer naar kijken en bij het begin beginnen.

 Jozef, de tweede man van Egypte, vertelt farao, de eerste man, over zijn familie die in Egypte is aangekomen. De broers die Jozef meeneemt noemen zichzelf ‘vreemdelingen’, onze asielzoekers/gelukszoekers. Ze vragen om bescherming, om leven en toekomst voor hun familie. Want er is in het land van herkomst geen weidegrond meer voor het vee en geen voedsel meer voor de mensen, want er is een zware hongersnood, en er lijkt geen einde aan te komen.

Wat dan gezegd en gedaan wordt, is bizar in onze wereld waarin wij vluchtelingen laten verzuipen, er hekken worden gebouwd, deals met dictators worden gesloten, asielzoekers op straat worden gezet omdat niemand ze wil : Nederland niet en thuisland niet, wel/niet bed-bad-brood, velen de illegaliteit ingaan, met alle narigheid en misbruik daarvan.

Deze gelukszoekers worden hartelijk, royaal, koninklijk ontvangen, en dat in crisistijd/hongersnood. Want in Egypte zelf is ook zware hongersnood, ook geen weidegrond voor vee, ook tekort aan eten. En toch, mag Jozef zijn hele familie met al hun bezittingen over laten komen, wat een gezinshereniging. En het land Egypte ligt voor ze open, het beste deel van het land is voor familie van Jozef. En ze krijgen ook nog eens grondbezit, het kan niet op.

Gokje waar ze in Nederland zouden mogen wonen, het beste deel van het land… Jozef zou ze vandaag de dag naar Twente of Zeeland sturen, zou ze hier bij ons grondbezit geven… Ze krijgen een verblijfsvergunning, mogen in beste deel van land wonen, krijgen bezit, mogen werken. Ze pikken dus ook nog eens de banen in…  Ze hoeven zich niet te vervelen in een AZC of geestdodend werk te doen, maar werken voor de farao. De broers worden ambtenaren, komen in dienst bij farao, hoeveel bestaanszekerheid wil je nog meer?

Het lijkt wel een broodje-aap-verhaal : de gelukszoekers worden in de watten gelegd, alles er op en er aan, ze hebben het veel beter dan de gemiddelde Egyptenaar, en dat allemaal op kosten van de staat…Je kan je wel voorstellen wat hierover gezegd zou worden in politiek, op sociale media, aan de borreltafel.

 Jozef krijgt alle ruimte om zijn familie het beste te geven, het kan niet op… Oké, hij heeft met zijn voedselprogramma er voor gezorgd dat er in Egypte voldoende koren is. Maar dan nog…overdrijft deze voormalige slaaf en buitenlander niet een beetje? Bijzonder, die gastvrijheid van Jozef, van het volk van Egypte. Later, met een andere farao, als Jozef niet meer leeft, en is vergeten, blijkt dat dit toch voor een voedingsbodem voor vreemdelingenhaat heeft gezorgd… Maar voor nu de hemel op aarde.

En nog even over het inpikken van die banen door de buitenlanders. Het waren wel banen waar Egyptenaren hun neus voor ophalen : er is niets nieuws onder de zon. Herder van kleinvee is voor Egyptenaren een gruwel, zoals voor steeds meer werk wij buitenlanders nodig hebben…omdat het voor ons een gruwel is…

Hierna lezen we over Jakob die op audiëntie bij farao gaat, waarbij Jakob de farao zegent. In alle vrijmoedigheid zegent deze oude vreemdeling de hoogste baas in Egypte. Bijzonder! Zegenen wij ook onze regeerders? Bidden we voor ze? Of mopperen we alleen maar op politici en belangrijke beleidsmakers? Jakob zegent de farao en de farao ontvangt die zegen ook van deze buitenlander, gelukszoeker. Wat waarschijnlijk heeft meegespeeld is dat in Egypte een lang leven gezien werd als goddelijke gunst. Jakob was 130 jaar, al 20 jaar meer dan het Egyptische ideaal van 110 jaar. Dat geeft nog meer kracht aan de zegen die Jakob de farao meegeeft bij aankomst en vertrek. Het was een gezegende ontmoeting.

 Jakob spreekt met farao over zijn vreemdelingschap, zijn afhankelijkheid van anderen. Ziet zijn leven niet als gezegend, maar somber, kwaad, kort, zeker in vergelijk met vader en grootvader. Niet : en hij leefde lang en gelukkig, maar kort en ongelukkig… Ook nu Jakob zijn zoon in de armen heeft gesloten, zijn familie niet is  gestorven van honger, blijft bij hem het glas half leeg. Laten we daar niet te snel een waardeoordeel over hebben, niet te snel iemand veroordelen. Als je ouders, opa/oma niet de meeste gezellige persoon is : besef wat ze hebben meegemaakt… Oorlogen, crises, verlies, dat gaat niet in je koude kleren zitten, hoe goed je het nu ook mag hebben.

 Want Jakob en zijn familie mag wonen in het beste deel van het land, ze krijgen eigen grond. Meer dan wat een doorsnee immigrant krijgt, meer dan wat een gemiddelde Egyptenaar had. Deze vreemdelingen krijgen een goed leven op kosten van het gastland. Ze hebben het beter dan rest van Egyptenaren, overvloed in tegenstelling tot honger van de Egyptenaren.

 Dan gebeurt er iets vreemds : Jozef neemt alles af van mensen die met rug tegen muur staan. Hun geld, hun bezittingen, hun vee en grond, zelfs hun zelfstandigheid, pakt Jozef af. Hij plukt door totdat er van de kale kippen niets meer te plukken valt… Jozef gaat de Egyptische economie radicaal hervormen : hij koopt alle bezittingen op van mensen die wanhopig zijn en maakt vervolgens ook nog eens iedereen slaaf van de overheid, Jozef koopt in drie fases alles op van de Egyptenaren die niets voor zichzelf overhouden.

 Jozef lijkt een nieuwe dictator te worden, door iedereen tot slaaf te maken, alle bezittingen toe te eigenen terwijl de mensen eigenlijk geen keus hebben door de hongersnood… Toch lezen we dat mensen blij zijn : u hebt ons in leven gehouden. We moeten dit verhaal blijkbaar toch anders lezen.

Ten eerste zijn slaven in die tijd niet allemaal slaven zoals wij die kennen. Jozef had het bijvoorbeeld goed als slaaf van Potifar. In de Oudheid was ‘slavernij’ ook geaccepteerd, maar andere slavernij dan waar wij aan denken, soort van onze relatie zelfstandig ondernemers en werknemers/loonslaven. De werknemer heeft zekerheid, de zelfstanding ondernemer meer risico. Alle zelfstandigen worden door de staat in dienst genomen, tot loonslaaf gemaakt, maar de meesten van ons hebben daar geen enkel probleem mee, velen vinden het juist wel prettig omdat het ook heel veel voordelen heeft, bestaanszekerheid geeft.

Ten tweede komt de voedselvoorziening zo in handen van de wijze onderkoning van Egypte,  niet langer in handen van mensen die in goede jaren niet dachten aan het opslaan van overvloed.

En voor wie nog twijfelt over het succes van Jozefs hervormingen :  Iedereen moet belasting betalen, maar 20% belasting daar zouden we denk ik gelijk mee akkoord gaan. Dit Bijbelse belastingplan heeft ook nog eens een mooie paragraaf voor priesters / predikanten : ze worden vrijgesteld van belasting, een voorstel wat zelfs de SGP nog niet kent…

 In crisistijd groeit Jozefs familie. We lezen over bezit, vruchtbaar, zeer talrijk : de cliffhanger voor volgende seizoen, Exodus.

 Jozef is visionair, ziet het voor zich, durft te dromen, denkt out of the box, is een heerser. Wen maar vast aan die term, heerser/heersen, dat je in Gods naam leiding neemt, het goede zoekt. Niet alleen maar dienen, maar ook heersen, op een manier zoals God dat van ons verlangt. Jozef krijgt de farao en het volk mee in zijn plannen, ook voor die bijzondere familiehereniging. Jozef is echt een persoonlijkheid, heeft karakter, is succesvol…

 Hoe staan wij in het leven?

Gunnen wij anderen hun succes? Of zijn/worden we jaloers?

Bidden wij voor onze regeerders, zegenen wij ze, spreken wij goed over ze? Of mopperen we vooral?

En vreemdelingen, zijn die echt welkom?

Staan wij open voor hervormingen, vernieuwingen? Of willen we alles het liefst bij het oude laten?

Durven wij te dromen, out of the box te denken, hebben wij lef? Of gaan wij altijd de gebaande wegen?

En wat vinden wij van mensen die grootse plannen hebben, hun dromen met ons delen? Is het dan maar : doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg?

 God heeft een plan voor ons leven, grootse plannen voor ons, gaan wij daar in mee?
Mag God door ons heen werken, als we heersen, in Gods naam proberen het goede te doen.
Want heil/zegen/geluk, wie Jakobs God wil bijstaan, die God ter hulpe roept, want God is trouw!

Deze gehele dienst inclusief preek is na te luisteren via de website