Dominee zingt in de isoleercel van God : ‘uit de diepte roep ik tot U’ – terugblik zondagavond 3 december

Jona hoorde stemmen, hoorde God tegen hem praten, wist precies wat God van hem wilde. Maar profeet Jona gehoorzaamde niet, maar vluchtte weg bij God vandaan. Jona kon zich niet voorstellen dat zijn liefdevolle God ook een plan had voor de grote zondaars in Ninevé. Ik kan me soms / helemaal in Jona verplaatsen… Heeft God echt grote, verschrikkelijke zondaars lief?

Maar God die een plan met uw, jouw en mijn leven heeft, die laat je niet los als je bij Hem vandaan vlucht. Midden in de grootste storm van zijn leven, als het niet anders kan, belijdt Jona zijn geloof. Het riep de vraag op : wat doen wij als God tegen ons spreekt? Vluchten we dan, doen we verstoppertje of gaan we echt voor God?

Uiteindelijk jonassen zeelieden Jona overboord, nadat ze tot God hebben gebeden. Maar Jona heeft nog steeds niet gebeden. Terwijl aan dek een lofprijzingsdienst plaats vindt, zinkt Jona dieper en dieper…en zal hij toen Psalm 130 gezongen hebben? Uit de diepten roep ik U!

 We lezen met elkaar Jona 2 (NBV)
Samenzang : Psalm 32 : 1

 Ben jij wel eens doodsbang, echt helemaal in paniek geweest? Ik wel, tijdens de slipjacht/vossenjacht in Hoevelaken. (beluister het preekfragment) Ik was doodsbang en dacht : wat moet ik doen?

 Jona 2 is één grote schreeuw om hulp tot God. Jona is verlamd door doodsangst : God, doe iets! Zijn droomvlucht is een nachtmerrie geworden. Het is een traumatische ervaring voor Jona, probeer je het voor te stellen… : als profeet van God op de vlucht voor God, in de grootste storm van zijn leven overboord gejonast, In donker water gaat hij zijn verdrinkingsdood tegemoet, maar plotseling wordt hij opgeslokt door iets. Nu zit hij opgesloten in de isoleercel in de buik van een vis/zeemonster. Tegelijk ook voorlopig gered op deze manier, maar dat wist hij toen nog niet… Midden in zijn doodsangst zien we Jona in de buik van de vis. Eindelijk, nu gaat Jona bidden! In ranzige vissenbuik komt Jona tot bezinning, eindelijk tijd voor stille tijd, tijd voor God, tijd om te bidden…

 In het gebed zien we twee lijnen : hoop en wanhoop, dank en noodkreet. Jona 2 is daarom onbekend maar een belangrijk hoofdstuk, hier gebeurt het. Het verhaal vervolgt niet hoe het met de zeelieden verder ging na hun ontdekking wie God is. Dat komt wel goed, ze hebben God gevonden, God zorgt voor hen, God laat niet los waar hij aan begint… een groter probleem is die eigenwijze en ongehoorzame profeet van God, Jona, die steeds verder wegzinkt. We volgen Jona onder wateroppervlakte. Want zoals zo vaak, gebeurt het daar, gaan daar wissels om, in crisis, verborgen voor anderen. In de crisis van je leven kan je op ander spoor terecht komen. Een crisiservaring kan levensveranderend zijn, misschien wel herkenbaar…

 Intussen is er niets meer over van het eigenwijze mannetje, de profeet die beter denkt te weten dan God. Die het aandurft om bij God weg te vluchten, niet meegaat in Gods liefdevolle verlangen voor Ninevé. Jona gaat bidden, maar lijkt wel heel wat tijd nodig te hebben. 3 dagen en 3 nachten in de buik van de vis, pas toen begon hij te bidden… Eindelijk, met zeewier op zijn hoofd en in zijn doodsangst, roept, schreeuwt hij tot God. Uit de diepten roep ik tot u o God.

 Jona is niet origineel, pleegt volop plagiaat, knipt en plakt de Psalmverzen achter elkaar. Jona valt in deze crisis terug op wat hij vroeger als kind geleerd heeft. Woorden die het doen als je zelf niet meer weet wat je moet zeggen. Wat geef jij mee aan je (klein)kinderen? De nieuwste cd van K3 of christelijke liederen? Wat staat er op als je alleen of met kinderen in auto zit, thuis radio aanhebt? Wat er in gaat, komt er ooit ook weer uit als het spant in je leven… Wat heb jij meegekregen? Krijgt dat een plaats in crisismomenten? De achtergrondmuziek van jouw leven is veelzeggend als het doodstil wordt in jou, je nergens meer woorden voor hebt. Hoor je dan woorden van God, van vroeger, van dag ervoor, of nietszeggende en lege woorden, of erger: woorden van Gods tegenstander. Wat wij luisteren, zien of wat wij lezen, thuis, op school, op werk, in auto, bij vrienden… Het is zaaien waar je eens de vruchten van zal plukken, de vrucht van Gods geest, of de wrange vrucht van wanhoop en ongeloof…

 Dan verandert er iets. Op het moment dat Jona contact zoekt met God  begint het verlangen om dichter bij God te zijn terug te keren. Zodra Jona investeert in de relatie met God, verandert er iets, pas als jij je openstelt kan God binnenkomen. Prachtig, bidden, praten met God. Maar je moet dan wel eerlijk worden en dat is pijnlijk, confronterend. Je moet God recht in ogen kijken, daarom dat Jona dat eerder ook niet kon aan boord van het schip. Omdat hij ongehoorzaam was en weg was gevlucht bij God vandaan.

 De keuzes die je maakt hebben dus consequenties in je leven. Wat je zaait, zal je oogsten. God heeft zijn beloften gedaan, bij doop, bij Avondmaal, aan begin en einde van elke dienst. God heeft zijn verlangen van eeuwigheid om ons lief te hebben en nooit los te laten. Maar als jij niet wil, bij God wegvlucht, God over de rand van je leven duwt, dan kan God niet anders dan het respecteren : niet Mijn wil, maar jouw wil geschiedde… Probeer het dan maar, van God los, als zondaar. God kan je dan heel lang je gang laten gaan… Dan ontdek je vroeg of laat de gevolgen van een leven zonder God. Want wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Niet dat het dan slechter met je gaat, het kan zelfs veel mooier lijken, maar er komt een moment dat je er helemaal alleen voor staat. Vroeg of laat heb je niets en niemand meer over. Omdat als vrienden je verlaten, je niet meer bij God terecht kunt, je van hem vervreemd bent. Dan is het een heel pijnlijk en confronterend proces om weer terug te komen…(de vader en zijn zonen in Lukas 15)

 Dat kan in het groot, zoals bij Jona, bij God wegvluchten, maar ook in het klein. Door oneerlijkheid, halve waarheid, egoïsme, financieel rommelen, onverschilligheid, wegkijken… Kleine keuzes die op den duur grote gevolgen hebben. Ze stapelen zich op en gaan tussen jou en God in staan, tussen jou en medemens. Je raakt op afstand van God, omdat je niet hebt geluisterd, je eigen weg hebt gekozen. Het is voor Jona de ultieme afgang geworden. Maar nu is het zijn verlangen dat God bij hem is. Hij is al drie keer afgedaald, nu voor 4e keer afgedaald, naar de bodem van de zee. Naar het dodenrijk, zonder leven, zonder hoop.

 Herkenbaar? Dat je door de bomen het bos niet meer ziet? Gevangen in eenzaamheid, slecht zelfbeeld, verslaving, ziekte, doodsangsten, geheim, … Je wereld is ingestort: God, waar bent u?! Kunt u het wel?! Bent u wel echt sterker dan ziekte, dood, zonde?! Ik merk er niets van. Dan het kantelmoment, scharnierpunt van Bijbelboek Jona.

 Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen, naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit. Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog, o HEER, mijn God!

 Op het dieptepunt is God er wel, Jona wordt levend uit de dood omhoog getrokken. Nou, leuk voor Jona, lekker makkelijk. Maar voor mij? Wat had Jona er aan dat hij niet was verdronken maar was opgeslokt door vis en gevangen zit in buik? God redt, ja, maar hoe dan? Hoe kan ik zien dat God redt?

 Ik weet niet hoe het werkt. We lazen Filippenzen 2 : Jezus daalde ook af, vanuit hemel naar aarde. Jezus daalde dieper af dan Jona, werd niet omhoog getrokken toen dood naderde, maar daalde nog dieper af, daalde af tot in het dodenrijk. Omdat Jezus dieper ging, is Hij onder ons om ons op te vangen. Om ons op te richten, zodat we samen uit de dood kunnen opstaan en wandelen in nieuw leven, Romeinen 6. Jezus daalde af om Jona’tjes te redden. Opdat wij nimmermeer van Hem verlaten worden.

 Dat geloven wij, terwijl het nog niet zichtbaar is. Zoals Jona ook dankt in de buik van de vis, niet toen hij veilig en wel op strand stond. Geloven is niet zien, maar toch vertrouwen, zeker weten, hopen, uitkijken naar wat komen gaat. Dat de wissel is omgezet, de dood is overwonnen, je bent gered, ook al zit je nog in de buik van de vis.

 Jona moet nog veel leren. Kijk maar hoe hij verder bidt : Zij die armzalige afgoden vereren, verlaten u, trouwe God. Maar ik zal mijn stem in dank verheffen en u offers brengen; mijn geloften los ik in. Het is de HEER die redt!’

Hilarisch, wat een eigendunk. Want Jona, die zeelieden hebben hun offers al gebracht, hebben God al gedankt. Want Jona, toen jij nog dieper wegzonk in je vluchten voor God, hielden zij kerkdienst aan dek. De profeet Jona moet nog heel veel leren. Nee, in Gods ogen zijn we niet snel uitgeleerd. Zeelieden, heidenen, kwamen er veel eerder achter, dan Gods profeet Jona, wie God werkelijk is. Profeet Jona moest veel dieper zinken, helemaal terug naar af, om terug bij God te zijn. Dat maakt bescheiden, vele laatsten zullen eersten zijn, kinderen gaan ons voor in het puur geloof. En tegelijk ook verwachtingsvol, met deze God in ons leven, is ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Geloven is dus niet voor saaie en burgerlijke mensen, maar mensen die het aandurven God te gehoorzamen. God die niet loslaat, maar er alles aan doet en er alles voor over had, zijn eniggeboren Zoon, om ons te redden en weer op juiste weg te zetten.  Van onze eigen gekozen dwaalwegen op de weg ten leven, die leidt naar het vaderhart van God. God die ons onze dwalingen niet aanrekent, maar als wij onze zonden belijden onze schuld verzoent. Dan zullen we onze weg lichtvoetig gaan, want God gaat ons voor, Hij maakt voor ons ruim baan.

 De hele preek en hele dienst is na te beluisteren via de website.

Floris den Oudsten v.d.m.
predikant Gereformeerde Kerk Enter